BWBR0003463
Geldig vanaf 1981-12-01
Artikel 6.2
EEG-IJkregeling warmwatermeters
6.2.1. De lekdichtheidsproef mag worden verricht met koud water. Bij deze proef, die gedurende 1 minuut bij 1,6 maal de maximale bedrijfsdruk wordt uitgevoerd, mag de meter geen uit- of inwendig lek vertonen.
6.2.2. De nauwkeurigheidsproef wordt in beginsel uitgevoerd met water van (50 ± 5) °C bij ten minste drie debieten:
a. tussen 0,9 Qmax en Qmax;
b. tussen Qt en 1,1 Qt;
c. tussen Qmin en 1,1 Qmin.
Indien alle meetfouten hetzelfde teken blijken te hebben, moet de meter zodanig zijn afgesteld dat niet alle fouten groter zijn dan de helft van de maximaal toelaatbare fouten.
De nauwkeurigheidsproef mag met koud water worden uitgevoerd indien het certificaat van EEG-modelgoedkeuring daarin voorziet. In dit geval wordt de proef uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in het certificaat.
6.2.2. De nauwkeurigheidsproef wordt in beginsel uitgevoerd met water van (50 ± 5) °C bij ten minste drie debieten:
a. tussen 0,9 Qmax en Qmax;
b. tussen Qt en 1,1 Qt;
c. tussen Qmin en 1,1 Qmin.
Indien alle meetfouten hetzelfde teken blijken te hebben, moet de meter zodanig zijn afgesteld dat niet alle fouten groter zijn dan de helft van de maximaal toelaatbare fouten.
De nauwkeurigheidsproef mag met koud water worden uitgevoerd indien het certificaat van EEG-modelgoedkeuring daarin voorziet. In dit geval wordt de proef uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in het certificaat.