BWBR0003463
Geldig vanaf 1981-12-01
Artikel 6.1
EEG-IJkregeling warmwatermeters
De voor de eerste EEG-ijk benodigde werkruimten en het daarvoor benodigde beproevingsmateriaal moeten het mogelijk maken de ijk betrouwbaar en zonder gevaar of tijdverlies uit te voeren. Er moet aan de voorschriften van punt 5.2.3 worden voldaan, behalve voor wat betreft de temperaturen indien de proeven met koud water worden verricht overeenkomstig de desbetreffende bepalingen die eventueel in het certificaat van EEG-modelgoedkeuring zijn opgenomen. De meters mogen in serie zijn geschakeld. In dat geval moet de uitlaatdruk van alle meters voldoende blijven om cavitatie te voorkomen en moeten zonodig speciale maatregelen worden getroffen om onderlinge beïnvloeding van de meters te vermijden.
De beproevingsinstallatie mag automatische inrichtingen, aftakkingen, doorsnedevernauwingen, enz. bevatten, mits elk proefcircuit tussen meter en ijkreservoir duidelijk is bepaald en de inwendige lekdichtheid ervan voortdurend kan worden gecontroleerd. Alle watertoevoersystemen mogen worden toegepast maar bij parallelschakeling van verschillende proefcircuits mag geen onderlinge beïnvloeding ontstaan die onverenigbaar is met het bepaalde in punt 5.2.3.
Indien een ijkreservoir in verschillende compartimenten is verdeeld moet de stijfheid van de tussenwanden zodanig zijn dat het volume van een compartiment niet meer dan 0,2% varieert naar gelang de aangrenzende compartimenten leeg of gevuld zijn.
De beproevingsinstallatie mag automatische inrichtingen, aftakkingen, doorsnedevernauwingen, enz. bevatten, mits elk proefcircuit tussen meter en ijkreservoir duidelijk is bepaald en de inwendige lekdichtheid ervan voortdurend kan worden gecontroleerd. Alle watertoevoersystemen mogen worden toegepast maar bij parallelschakeling van verschillende proefcircuits mag geen onderlinge beïnvloeding ontstaan die onverenigbaar is met het bepaalde in punt 5.2.3.
Indien een ijkreservoir in verschillende compartimenten is verdeeld moet de stijfheid van de tussenwanden zodanig zijn dat het volume van een compartiment niet meer dan 0,2% varieert naar gelang de aangrenzende compartimenten leeg of gevuld zijn.