BWBR0003386
Geldig vanaf 1981-06-15
Artikel 9
Wet agrarisch grondverkeer
Een overeenkomst tot vervreemding van landbouwgrond, gelegen binnen een gebied waarvoor op grond van artikel 8vereisten ten aanzien van landbouwgrond zijn gesteld, wordt door de grondkamer goedgekeurd, indien de verwerver aannemelijk maakt, dat hij de landbouwgrond zal gebruiken voor een produktierichting, waarvoor op grond van artikel 8geen vereisten zijn gesteld, of ter uitoefening van een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen beroep, en indien:
a. de aard en de omvang van de te vervreemden landbouwgrond, en de eventueel daarop aanwezige opstallen, geschikt zijn voor het opgegeven gebruik;
b. de verwerver voldoende garanties biedt, dat het opgegeven gebruik zal worden verwezenlijkt;
c. de verwerver, indien deze een natuurlijke persoon is, voldoet aan vereisten met betrekking tot opleiding, ervaring of hoofdberoep die bij algemene maatregel van bestuur kunnen worden gesteld.
a. de aard en de omvang van de te vervreemden landbouwgrond, en de eventueel daarop aanwezige opstallen, geschikt zijn voor het opgegeven gebruik;
b. de verwerver voldoende garanties biedt, dat het opgegeven gebruik zal worden verwezenlijkt;
c. de verwerver, indien deze een natuurlijke persoon is, voldoet aan vereisten met betrekking tot opleiding, ervaring of hoofdberoep die bij algemene maatregel van bestuur kunnen worden gesteld.