BWBR0003386
Geldig vanaf 1981-06-15
Artikel 16
Wet agrarisch grondverkeer
1. Op vordering van of vanwege Onze Minister kan de toestemming, binnen het tijdvak genoemd in artikel 15, eerste lid, door de grondkamer worden ingetrokken, indien:
a. de te harer verkrijging verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig zijn, dat op het verzoek anders beslist zou zijn, als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;
b. de rechtspersoon geen arbeidsovereenkomst heeft met een bedrijfsleider, dan wel indien de rechtspersoon niet meer optreedt als verpachter;
c. de verplichtingen, welke voortvloeien uit artikel 15, eerste lid, niet worden nagekomen, dan wel indien de toestemming als bedoeld in artikel 15, tweede lid, niet is verleend.
2. Van de intrekking, als bedoeld in het vorige lid, staat beroep open bij de Centrale Grondkamer.
a. de te harer verkrijging verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig zijn, dat op het verzoek anders beslist zou zijn, als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;
b. de rechtspersoon geen arbeidsovereenkomst heeft met een bedrijfsleider, dan wel indien de rechtspersoon niet meer optreedt als verpachter;
c. de verplichtingen, welke voortvloeien uit artikel 15, eerste lid, niet worden nagekomen, dan wel indien de toestemming als bedoeld in artikel 15, tweede lid, niet is verleend.
2. Van de intrekking, als bedoeld in het vorige lid, staat beroep open bij de Centrale Grondkamer.