BWBR0003386
Geldig vanaf 1981-06-15
Artikel 33
Wet agrarisch grondverkeer
1. Het boekjaar van het bureau is gelijk aan het kalenderjaar.
2. Jaarlijks, vóór 15 oktober stelt de directeur een begroting van inkomsten en uitgaven vast voor het volgende kalenderjaar, welke na goedkeuring door de commissie aan Onze Minister ter goedkeuring wordt toegezonden.
3. Jaarlijks, vóór 1 juli stelt de directeur de rekening en verantwoording, welke in ieder geval bevat een balans en een staat van inkomsten en uitgaven over het afgelopen kalenderjaar vast, welke na goedkeuring door de commissie aan Onze Minister ter goedkeuring wordt toegezonden. De goedkeuring van de rekening strekt tot décharge van de directeur en de commissie.
4. Het saldo van inkomsten en uitgaven komt ten gunste dan wel ten laste van de rijksbegroting.
2. Jaarlijks, vóór 15 oktober stelt de directeur een begroting van inkomsten en uitgaven vast voor het volgende kalenderjaar, welke na goedkeuring door de commissie aan Onze Minister ter goedkeuring wordt toegezonden.
3. Jaarlijks, vóór 1 juli stelt de directeur de rekening en verantwoording, welke in ieder geval bevat een balans en een staat van inkomsten en uitgaven over het afgelopen kalenderjaar vast, welke na goedkeuring door de commissie aan Onze Minister ter goedkeuring wordt toegezonden. De goedkeuring van de rekening strekt tot décharge van de directeur en de commissie.
4. Het saldo van inkomsten en uitgaven komt ten gunste dan wel ten laste van de rijksbegroting.