BWBR0003310
Geldig vanaf 1980-05-24
Artikel 8
Hoeveelheidsaanduidingenbesluit (Warenwet)
1. De voorlopige of de definitieve erkenning van een bedrijfscontrolesysteem of de verklaring, bedoeld in artikel 5, vijfde lid, onder b, kan door het hoofd van de bevoegde dienst, door wie die erkenning is verleend of die verklaring is afgegeven, worden ingetrokken, indien:
a. de betrokken vervaardiger of importeur de medewerking, bedoeld in artikel 6, niet verleent;
b. bij een onderzoek van een partij e-voorverpakkingen door keuringsambtenaren blijkt, dat het toegepaste bedrijfscontrolesysteem of de waarborgen bedoeld in artikel 5, vijfde lid, onder a, onvoldoende zekerheid bieden voor de naleving van artikel 3, onder a of b;
c. blijkt, dat de betrokkene e-voorverpakkingen in de handel heeft gebracht ten aanzien waarvan niet is voldaan aan de artikelen 3, onder a, b of c of 5, eerste of vierde lid.
2. De intrekking van de voorlopige of definitieve erkenning of van de verklaring, bedoeld in artikel 5, vijfde lid, onder b, vindt niet plaats dan nadat het hoofd van de bevoegde dienst van zijn voornemen daartoe bij aangetekende brief onder opgave van redenen heeft kennis gegeven aan de betrokkene en deze in de gelegenheid is gesteld binnen dertig dagen na dagtekening van die brief zijn bezwaren daartegen, gemotiveerd, schriftelijk bij eerstbedoeld hoofd in te dienen.
3. Het hoofd van de bevoegde dienst geeft binnen dertig dagen na dagtekening van het bezwaarschrift, bedoeld in het tweede lid, daarop zijn beschikking.
4. Het besluit tot intrekking van de voorlopige of definitieve erkenning van een bedrijfscontrolesysteem of van de verklaring bedoeld in artikel 5, vijfde lid, onder b, wordt de betrokkene bij aangetekende brief en onder opgave van redenen medegedeeld.
a. de betrokken vervaardiger of importeur de medewerking, bedoeld in artikel 6, niet verleent;
b. bij een onderzoek van een partij e-voorverpakkingen door keuringsambtenaren blijkt, dat het toegepaste bedrijfscontrolesysteem of de waarborgen bedoeld in artikel 5, vijfde lid, onder a, onvoldoende zekerheid bieden voor de naleving van artikel 3, onder a of b;
c. blijkt, dat de betrokkene e-voorverpakkingen in de handel heeft gebracht ten aanzien waarvan niet is voldaan aan de artikelen 3, onder a, b of c of 5, eerste of vierde lid.
2. De intrekking van de voorlopige of definitieve erkenning of van de verklaring, bedoeld in artikel 5, vijfde lid, onder b, vindt niet plaats dan nadat het hoofd van de bevoegde dienst van zijn voornemen daartoe bij aangetekende brief onder opgave van redenen heeft kennis gegeven aan de betrokkene en deze in de gelegenheid is gesteld binnen dertig dagen na dagtekening van die brief zijn bezwaren daartegen, gemotiveerd, schriftelijk bij eerstbedoeld hoofd in te dienen.
3. Het hoofd van de bevoegde dienst geeft binnen dertig dagen na dagtekening van het bezwaarschrift, bedoeld in het tweede lid, daarop zijn beschikking.
4. Het besluit tot intrekking van de voorlopige of definitieve erkenning van een bedrijfscontrolesysteem of van de verklaring bedoeld in artikel 5, vijfde lid, onder b, wordt de betrokkene bij aangetekende brief en onder opgave van redenen medegedeeld.