BWBR0003310
Geldig vanaf 1980-05-24
Artikel 2
Hoeveelheidsaanduidingenbesluit (Warenwet)
1. Het EEG-teken in samenhang met een aanduiding van de hoeveelheid van een verpakt produkt mag uitsluitend worden gebezigd voor een serievoorverpakking, waarvan dat produkt deel uitmaakt en
a. die bij toepassing van artikel 4 wordt geacht aan artikel 3, onder a en b, te voldoen.
b. waarvan de fout in minus niet groter is dan ingevolge artikel 3, onder c, is toegelaten,
c. ten aanzien waarvan de in artikel 5 bepaalde maatregelen zijn genomen en
d. ten aanzien waarvan is voldaan aan de artikelen 6 en 9-13.
2. Een e-voorverpakking, waarvan het land van herkomst een andere Lid-Staat van de Europese Economische Gemeenschap dan wel een van de overige Staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte is, wordt aangemerkt als een voorverpakking, die voldoet aan de artikelen 3, onder a en b, en artikel 9, tweede lid, onder a, en ten aanzien waarvan de maatregelen als bedoeld in artikel 5zijn genomen. Ten aanzien van een zodanige e-voorverpakking gelden de artikelen 4, eerste lid, en 6niet.
3. Het eerste lid, onder aen c, en het in het eerste lid, onder d, ten aanzien van de artikelen 6en 9, tweede lid, onder a, bepaalde gelden niet ten aanzien van een e-voorverpakking, die ten verkoop voorhanden wordt gehouden of wordt afgeleverd door degene, aan wie die voorverpakking, voorzien van het EEG-teken, is afgeleverd en die niet is de vervaardiger of de importeur daarvan of de gemachtigde van laatstgenoemde.
a. die bij toepassing van artikel 4 wordt geacht aan artikel 3, onder a en b, te voldoen.
b. waarvan de fout in minus niet groter is dan ingevolge artikel 3, onder c, is toegelaten,
c. ten aanzien waarvan de in artikel 5 bepaalde maatregelen zijn genomen en
d. ten aanzien waarvan is voldaan aan de artikelen 6 en 9-13.
2. Een e-voorverpakking, waarvan het land van herkomst een andere Lid-Staat van de Europese Economische Gemeenschap dan wel een van de overige Staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte is, wordt aangemerkt als een voorverpakking, die voldoet aan de artikelen 3, onder a en b, en artikel 9, tweede lid, onder a, en ten aanzien waarvan de maatregelen als bedoeld in artikel 5zijn genomen. Ten aanzien van een zodanige e-voorverpakking gelden de artikelen 4, eerste lid, en 6niet.
3. Het eerste lid, onder aen c, en het in het eerste lid, onder d, ten aanzien van de artikelen 6en 9, tweede lid, onder a, bepaalde gelden niet ten aanzien van een e-voorverpakking, die ten verkoop voorhanden wordt gehouden of wordt afgeleverd door degene, aan wie die voorverpakking, voorzien van het EEG-teken, is afgeleverd en die niet is de vervaardiger of de importeur daarvan of de gemachtigde van laatstgenoemde.