BWBR0003310
Geldig vanaf 1980-05-24
Artikel 21
Hoeveelheidsaanduidingenbesluit (Warenwet)
1. Voor een voorverpakt produkt als bedoeld in artikel 20, eerste lid, dat bestaat uit een vast bestanddeel en een opgietvloeistof, moet tevens een aanduiding worden gebezigd, die, voor zover in artikel 23niet anders is bepaald, het uitlekgewicht van dat bestanddeel aangeeft; die aanduiding moet inhouden het woord "uitlekgewicht", gevolgd door de waarde van dat gewicht, met dien verstande, dat het woord "uitlekgewicht" mag worden vervangen door de benaming van het vaste bestanddeel, indien voor het voorverpakte produkt een benaming is gebezigd, waarvan de benaming van dat bestanddeel en van de opgietvloeistof deel uitmaakt.
2. Opgietvloeistof moet bestaan uit een of meer van de hierna genoemde vloeistoffen:
- water, waterige oplossingen van zouten, voedingszuren, suikers, zoetstoffen, pekel of azijn;
- het sap van de betrokken groente of van het betrokken fruit, voorzover het hoofdbestanddeel van de waar verduurzaamde groente of verduurzaamd fruit is.
3. Ten aanzien van de aanduiding van het uitlekgewicht is het in artikel 9, derde lid, onder b, vierde lid en zevende lid, onder a, met betrekking tot de aanduiding van de nominale hoeveelheid van een e-voorverpakking bepaalde van overeenkomstige toepassing.
4. Het bestuur van het Produktschap voor Groenten en Fruit, van het Produktschap voor Pluimvee en Eieren, van het Produktschap voor Vee en Vlees, onderscheidenlijk van het Produktschap voor Vis en Visprodukten, kan nadere regels stellen ten aanzien van het bepalen van het uitlekgewicht voor die eetwaren waarvoor een uitlekgewicht moet worden gebezigd en welke ressorteren onder het desbetreffende produktschap.
5. De op grond van de in het vierde lid bedoelde verordening vastgestelde nadere voorschriften behoeven de goedkeuring van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
2. Opgietvloeistof moet bestaan uit een of meer van de hierna genoemde vloeistoffen:
- water, waterige oplossingen van zouten, voedingszuren, suikers, zoetstoffen, pekel of azijn;
- het sap van de betrokken groente of van het betrokken fruit, voorzover het hoofdbestanddeel van de waar verduurzaamde groente of verduurzaamd fruit is.
3. Ten aanzien van de aanduiding van het uitlekgewicht is het in artikel 9, derde lid, onder b, vierde lid en zevende lid, onder a, met betrekking tot de aanduiding van de nominale hoeveelheid van een e-voorverpakking bepaalde van overeenkomstige toepassing.
4. Het bestuur van het Produktschap voor Groenten en Fruit, van het Produktschap voor Pluimvee en Eieren, van het Produktschap voor Vee en Vlees, onderscheidenlijk van het Produktschap voor Vis en Visprodukten, kan nadere regels stellen ten aanzien van het bepalen van het uitlekgewicht voor die eetwaren waarvoor een uitlekgewicht moet worden gebezigd en welke ressorteren onder het desbetreffende produktschap.
5. De op grond van de in het vierde lid bedoelde verordening vastgestelde nadere voorschriften behoeven de goedkeuring van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.