BWBR0003245
Geldig vanaf 2023-10-04
Artikel 9.7.6.1
Wet milieubeheer
1. De producent van biobrandstoffen bepaalt en controleert:
a. de aard en hoeveelheid van de door hem ontvangen duurzame grondstof voor de vervaardiging van de biobrandstof;
b. de juiste verhouding tussen de aard en hoeveelheid gebruikte duurzame grondstof en de soort en hoeveelheid door hem vervaardigde duurzame biobrandstof;
c. de hoeveelheid per afnemer van de door hem geleverde duurzame biobrandstof;
en voert hierover een goede boekhouding.
2. De producent van hernieuwbare brandstof controleert:
a. de aard en hoeveelheid van de door hem gebruikte energie uit hernieuwbare bronnen, niet zijnde biomassa, voor de vervaardiging van de hernieuwbare brandstof;
b. de juiste verhouding tussen de aard en hoeveelheid gebruikte energie uit hernieuwbare bronnen, niet zijnde biomassa, en tot de soort en hoeveelheid door hem vervaardigde hernieuwbare brandstof;
c. de hoeveelheid per afnemer van de door hem geleverde hernieuwbare brandstof;
en voert hierover een goede boekhouding.
3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over het eerste en tweede lid.
a. de aard en hoeveelheid van de door hem ontvangen duurzame grondstof voor de vervaardiging van de biobrandstof;
b. de juiste verhouding tussen de aard en hoeveelheid gebruikte duurzame grondstof en de soort en hoeveelheid door hem vervaardigde duurzame biobrandstof;
c. de hoeveelheid per afnemer van de door hem geleverde duurzame biobrandstof;
en voert hierover een goede boekhouding.
2. De producent van hernieuwbare brandstof controleert:
a. de aard en hoeveelheid van de door hem gebruikte energie uit hernieuwbare bronnen, niet zijnde biomassa, voor de vervaardiging van de hernieuwbare brandstof;
b. de juiste verhouding tussen de aard en hoeveelheid gebruikte energie uit hernieuwbare bronnen, niet zijnde biomassa, en tot de soort en hoeveelheid door hem vervaardigde hernieuwbare brandstof;
c. de hoeveelheid per afnemer van de door hem geleverde hernieuwbare brandstof;
en voert hierover een goede boekhouding.
3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over het eerste en tweede lid.