BWBR0003245
Geldig vanaf 2023-10-04
Artikel 20.5a
Wet milieubeheer
1. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voegt de behandeling van bij haar aanhangige zaken over een nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in artikel 16.24, eerste lid, die op dezelfde handelsperiode betrekking hebben. De eerste volzin is niet van toepassing op latere wijzigingen van een nationaal toewijzingsbesluit overeenkomstig subparagraaf 16.2.1.3.2.
2. Alvorens te beslissen op een beroep tegen een nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in artikel 16.24, eerste lid, geeft de Afdeling, in gevallen waarin het beroep naar haar oordeel gegrond is, toepassing aan <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/8:51d" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht</a>, met dien verstande dat de tussenuitspraak, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/8:80a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8:80a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>, wordt gedaan binnen achttien weken na afloop van de voor dat besluit geldende beroepstermijn.
3. De Afdeling voegt bij haar aanhangig gemaakte zaken met betrekking tot een naar aanleiding van haar tussenuitspraak gewijzigd nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in artikel 16.31, eerste lid, ter behandeling met zaken over het oorspronkelijke nationale toewijzingsbesluit die reeds bij haar aanhangig zijn.
2. Alvorens te beslissen op een beroep tegen een nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in artikel 16.24, eerste lid, geeft de Afdeling, in gevallen waarin het beroep naar haar oordeel gegrond is, toepassing aan <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/8:51d" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht</a>, met dien verstande dat de tussenuitspraak, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/8:80a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8:80a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>, wordt gedaan binnen achttien weken na afloop van de voor dat besluit geldende beroepstermijn.
3. De Afdeling voegt bij haar aanhangig gemaakte zaken met betrekking tot een naar aanleiding van haar tussenuitspraak gewijzigd nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in artikel 16.31, eerste lid, ter behandeling met zaken over het oorspronkelijke nationale toewijzingsbesluit die reeds bij haar aanhangig zijn.