BWBR0003245
Geldig vanaf 2023-10-04
Artikel 18.6c
Wet milieubeheer
1. Het is verboden te handelen in strijd met artikelen 4, 5, 6, 7, 8, eerste en tweede lid, 9, 10, derde, vierde en vijfde lid, 13, vierde lid,15, 20, eerste, tweede en derde lid en 21 van de Verordening (EU) 2023/1805.
2. In het geval van overtreding van de in het eerste lid genoemde artikelen van Verordening (EU) 2023/1805, kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen, voor zover dit ziet op een overtreding door een scheepvaartmaatschappij als bedoeld in artikel 16.1, eerste lid, van deze wet.
3. In het geval van overtreding van de artikelen 4, eerste lid, 5, derde lid, en 6, eerste en tweede lid, 7, 8, eerste en tweede lid, 9, 10, derde, vierde en vijfde lid, 13, vierde lid, 15, 20, eerste, tweede en derde lid en 21, van Verordening (EU) 2023/1805, kan het bestuur van de emissieautoriteit aan de scheepvaartmaatschappij als bedoeld in artikel 16.1, eerste lid, van deze wet, een bestuurlijke boete opleggen. Een last onder dwangsom en een bestuurlijke boete kunnen tezamen worden opgelegd.
4. Een bestuurlijke boete als bedoeld in het derde lid, bedraagt:
a. ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, in het geval van overtreding van artikel 4, eerste lid, artikel 5, derde lid of artikel 20, eerste, tweede en derde lid, van Verordening (EU) 2023/1805, of indien dat meer is, ten hoogste het bedrag dat het resultaat is van de berekening van het nalevingstekort voor de broeikasgasintensiteit van het schip of van de berekening van het nalevingstekort van het schip voor het deelstreefcijfer voor hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong conform de in deel B van bijlage IV van Verordening (EU) 2023/1805 vervatte formule. Indien een schip een nalevingstekort heeft voor twee of meer opeenvolgende verslagperioden, wordt voor de berekening van de bestuurlijke boete tevens de vermenigvuldiging van artikel 23, tweede lid, laatste volzin van Verordening (EU) 2023/1805 toegepast.
b. ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, in het geval van overtreding van artikel 6, eerste en tweede lid, of indien dat meer is, ten hoogste het bedrag dat het resultaat is van de vermenigvuldiging van 1,5 EUR met de vastgestelde totale stroombehoefte van het schip op zijn ligplaats en met het totale aantal uren, naar boven afgerond tot het dichtstbijzijnde hele uur, dat in strijd met de voorschriften van artikel 6 door het schip op de ligplaats is doorgebracht.
5. Een bestuurlijke boete als bedoeld in het derde lid, bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, in het geval van overtreding van artikel 7, artikel 8, eerste en tweede lid, artikel 9, artikel 10, derde, vierde en vijfde lid, artikel 13, vierde lid, artikel 15 of artikel 21, van Verordening (EU) 2023/1805.
2. In het geval van overtreding van de in het eerste lid genoemde artikelen van Verordening (EU) 2023/1805, kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen, voor zover dit ziet op een overtreding door een scheepvaartmaatschappij als bedoeld in artikel 16.1, eerste lid, van deze wet.
3. In het geval van overtreding van de artikelen 4, eerste lid, 5, derde lid, en 6, eerste en tweede lid, 7, 8, eerste en tweede lid, 9, 10, derde, vierde en vijfde lid, 13, vierde lid, 15, 20, eerste, tweede en derde lid en 21, van Verordening (EU) 2023/1805, kan het bestuur van de emissieautoriteit aan de scheepvaartmaatschappij als bedoeld in artikel 16.1, eerste lid, van deze wet, een bestuurlijke boete opleggen. Een last onder dwangsom en een bestuurlijke boete kunnen tezamen worden opgelegd.
4. Een bestuurlijke boete als bedoeld in het derde lid, bedraagt:
a. ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, in het geval van overtreding van artikel 4, eerste lid, artikel 5, derde lid of artikel 20, eerste, tweede en derde lid, van Verordening (EU) 2023/1805, of indien dat meer is, ten hoogste het bedrag dat het resultaat is van de berekening van het nalevingstekort voor de broeikasgasintensiteit van het schip of van de berekening van het nalevingstekort van het schip voor het deelstreefcijfer voor hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong conform de in deel B van bijlage IV van Verordening (EU) 2023/1805 vervatte formule. Indien een schip een nalevingstekort heeft voor twee of meer opeenvolgende verslagperioden, wordt voor de berekening van de bestuurlijke boete tevens de vermenigvuldiging van artikel 23, tweede lid, laatste volzin van Verordening (EU) 2023/1805 toegepast.
b. ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, in het geval van overtreding van artikel 6, eerste en tweede lid, of indien dat meer is, ten hoogste het bedrag dat het resultaat is van de vermenigvuldiging van 1,5 EUR met de vastgestelde totale stroombehoefte van het schip op zijn ligplaats en met het totale aantal uren, naar boven afgerond tot het dichtstbijzijnde hele uur, dat in strijd met de voorschriften van artikel 6 door het schip op de ligplaats is doorgebracht.
5. Een bestuurlijke boete als bedoeld in het derde lid, bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, in het geval van overtreding van artikel 7, artikel 8, eerste en tweede lid, artikel 9, artikel 10, derde, vierde en vijfde lid, artikel 13, vierde lid, artikel 15 of artikel 21, van Verordening (EU) 2023/1805.