BWBR0003217
35 artikelen
Regeling in- en doorvoer vlees 1979
Artikel 1a
1. De in- en doorvoer van vlees, alsmede van beenderen, hoornen of hoeven is verboden.
2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op de in- en doorvoer van vlees die op grond van artikel 2.1, tweede lid, van de Regeling keuring en handel dierlijke productenverboden is.
2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op de in- en doorvoer van vlees die op grond van artikel 2.1, tweede lid, van de Regeling keuring en handel dierlijke productenverboden is.
Artikel 2
1. Het in artikel 1agestelde verbod geldt, niet:
a. voor vers vlees, afkomstig uit een lid-staat van de Europese Unie, dat voldoet aan artikel 3, eerste lid, onderdeel A, subonderdelen e en f, van richtlijn 64/433/EEG;
b. voor beenderen, hoornen of hoeven, die afkomstig zijn uit een lid-staat of Noorwegen, met dien verstande dat onderdeel a van overeenkomstige toepassing is;
mits is voldaan aan de artikelen 7b tot en met 7e.
2. Onverminderd het eerste lid, onderdeel a, wordt ingevoerd vers vlees, afkomstig van runderen, ouder dan twaalf maanden, waarin de wervelkolom, waaronder inbegrepen de achterwortelganglia, met uitzondering van de staartwervels, aanwezig is, rechtstreeks vervoerd naar een op grond van artikel 9of artikel 10 van het Besluit productie en handel versvlees erkend slachthuis of erkende uitsnijderij, alwaar voornoemde wervelkolom wordt verwijderd.
3. Het tweede lid is niet van toepassing indien het in dat lid bedoelde vlees vanuit een lidstaat via Nederland wordt doorgevoerd naar een andere lidstaat.
4. Met betrekking tot het vlees als bedoeld in het tweede en derde lid is, voorzover van toepassing, met ingang van 1 april 2002 voldaan aan bijlage XI, hoofdstuk A, punt 14, onder a en b, van verordening 999/2001/EG.
a. voor vers vlees, afkomstig uit een lid-staat van de Europese Unie, dat voldoet aan artikel 3, eerste lid, onderdeel A, subonderdelen e en f, van richtlijn 64/433/EEG;
b. voor beenderen, hoornen of hoeven, die afkomstig zijn uit een lid-staat of Noorwegen, met dien verstande dat onderdeel a van overeenkomstige toepassing is;
mits is voldaan aan de artikelen 7b tot en met 7e.
2. Onverminderd het eerste lid, onderdeel a, wordt ingevoerd vers vlees, afkomstig van runderen, ouder dan twaalf maanden, waarin de wervelkolom, waaronder inbegrepen de achterwortelganglia, met uitzondering van de staartwervels, aanwezig is, rechtstreeks vervoerd naar een op grond van artikel 9of artikel 10 van het Besluit productie en handel versvlees erkend slachthuis of erkende uitsnijderij, alwaar voornoemde wervelkolom wordt verwijderd.
3. Het tweede lid is niet van toepassing indien het in dat lid bedoelde vlees vanuit een lidstaat via Nederland wordt doorgevoerd naar een andere lidstaat.
4. Met betrekking tot het vlees als bedoeld in het tweede en derde lid is, voorzover van toepassing, met ingang van 1 april 2002 voldaan aan bijlage XI, hoofdstuk A, punt 14, onder a en b, van verordening 999/2001/EG.
Artikel 2a
Vervallen
Artikel 2b
Vervallen
Artikel 3
Het in artikel 1agestelde verbod geldt, mits is voldaan aan verordening 136/2004en de artikelen 7f tot en met 7k, niet voor vers vlees, beenderen, hoornen en hoeven van runderen, varkens, schapen, geiten en eenhoevigen, afkomstig uit Noorwegen en bestemd voor menselijke consumptie, die:
a. zijn voorzien van het keurmerk, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel A, subonderdeel e, van richtlijn 64/433/EEG;
b. vergezeld gaan van het handelsdocument, onderscheidenlijk keuringscertificaat, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel A, subonderdeel f, van richtlijn 64/433/EEG.
a. zijn voorzien van het keurmerk, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel A, subonderdeel e, van richtlijn 64/433/EEG;
b. vergezeld gaan van het handelsdocument, onderscheidenlijk keuringscertificaat, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel A, subonderdeel f, van richtlijn 64/433/EEG.
Artikel 4
1. Het in artikel 1agestelde verbod geldt, mits is voldaan aan verordening 136/2004en de artikelen 7f tot en met 7k, niet voor vers vlees, beenderen, hoornen en hoeven van runderen, varkens, schapen, geiten en eenhoevigen, afkomstig uit een derde land of deel van een derde land, niet zijnde Noorwegen, en bestemd voor menselijke consumptie, die:
a. afkomstig zijn van een derde land of een deel van een derde land dat voor de betrokken diersoort waarvan het vers vlees, de beenderen, de hoornen of de hoeven afkomstig is, is vermeld op de lijst van deel 1 van bijlage II bij beschikking 79/542/EEG;
b. vergezeld gaat van het gezondheidscertificaat dat voor de betrokken diersoort is opgenomen in deel 2 van bijlage II bij beschikking 79/542/EEG;
c. voldoen aan de eisen die in het gezondheidscertificaat, bedoeld in onderdeel b, zijn vastgesteld, aan de aanvullende garanties die, in voorkomend geval, in dat certificaat zijn opgenomen en aan de overige eisen die op grond van richtlijn 72/462/EEG zijn vastgesteld, en
d. afkomstig zijn van een inrichting die is opgenomen op de lijst, bedoeld in artikel 4 van richtlijn 72/462/EEG en, indien van toepassing, is aangewezen overeenkomstig artikel 18, eerste lid, onderdeel a, en artikel 18, dierde lid, van richtlijn 72/462/EEG.
2. Het gezondheidscertificaat, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, voldoet, voor zover van toepassing, aan bijlage XI, hoofdstuk D, punt 4, van verordening 999/2001/EG.
3. Indien het vers vlees, bedoeld in het eerste lid, opgemaakte slachtafvallen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van beschikking 79/542/EEG van als huisdier gehouden runderen, bestemd voor menselijke consumptie als vleesproduct, betreft, wordt het vlees na invoer onverwijld naar de verwerkingsinrichting van bestemming gebracht.
a. afkomstig zijn van een derde land of een deel van een derde land dat voor de betrokken diersoort waarvan het vers vlees, de beenderen, de hoornen of de hoeven afkomstig is, is vermeld op de lijst van deel 1 van bijlage II bij beschikking 79/542/EEG;
b. vergezeld gaat van het gezondheidscertificaat dat voor de betrokken diersoort is opgenomen in deel 2 van bijlage II bij beschikking 79/542/EEG;
c. voldoen aan de eisen die in het gezondheidscertificaat, bedoeld in onderdeel b, zijn vastgesteld, aan de aanvullende garanties die, in voorkomend geval, in dat certificaat zijn opgenomen en aan de overige eisen die op grond van richtlijn 72/462/EEG zijn vastgesteld, en
d. afkomstig zijn van een inrichting die is opgenomen op de lijst, bedoeld in artikel 4 van richtlijn 72/462/EEG en, indien van toepassing, is aangewezen overeenkomstig artikel 18, eerste lid, onderdeel a, en artikel 18, dierde lid, van richtlijn 72/462/EEG.
2. Het gezondheidscertificaat, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, voldoet, voor zover van toepassing, aan bijlage XI, hoofdstuk D, punt 4, van verordening 999/2001/EG.
3. Indien het vers vlees, bedoeld in het eerste lid, opgemaakte slachtafvallen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van beschikking 79/542/EEG van als huisdier gehouden runderen, bestemd voor menselijke consumptie als vleesproduct, betreft, wordt het vlees na invoer onverwijld naar de verwerkingsinrichting van bestemming gebracht.
Artikel 4a
Vervallen
Artikel 4b
Vervallen
Artikel 4c
Vervallen
Artikel 5
Vervallen
Artikel 6
Vervallen
Artikel 6a
1. Het in artikel 1agestelde verbod geldt, mits is voldaan aan de artikelen 7b tot en met 7e, niet voor vlees van gekweekt wild dat:
a. afkomstig is uit een lid-staat van de Europese Unie;
b. is gemerkt met een keurmerk overeenkomstig hoofdstuk XI van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG, en
c. vergezeld gaat van een gezondheidscertificaat overeenkomstig bijlage IV van richtlijn 91/495/EEG.
2. Het in artikel 1agestelde verbod geldt, mits is voldaan aan verordening 136/2004/EGen de artikelen 7f tot en met 7k, voorts niet voor vlees van gekweekt wild dat:
a. afkomstig is uit Noorwegen;
b. voldoet aan het eerste lid, onderdelen b tot en met d.
3. Het in artikel 1agestelde verbod geldt, mits is voldaan aan verordening 136/2004/EGen de artikelen 7f tot en met 7k, voorts niet voor vlees van gekweekt wild dat:
a. afkomstig is uit een derde land of deel van een derde land, niet zijnde Noorwegen, dat voor de betrokken diersoort waarvan het vlees afkomstig is, is vermeld op de lijst van deel 1 van bijlage II bij beschikking 79/542/EEG, voor zover het vlees van slurfdieren of evenhoevigen, niet zijnde runderen, varkens, schapen of geiten, betreft, dan wel is vermeld op de lijst van bijlage I bij beschikking 2000/585/EG, voor zover het vlees van overige diersoorten betreft;
b. vergezeld gaat van een gezondheidscertificaat waarvan het model overeenstemt met het model zoals dat voor de betrokken diersoort waarvan het vlees afkomstig is, is vastgesteld in deel 2 van bijlage II bij beschikking 79/542/EEG, voor zover het vlees van slurfdieren of evenhoevigen, niet zijnde runderen, varkens, schapen of geiten, betreft, dan wel in bijlage III bij beschikking 2000/585/EG, voor zover het overige diersoorten betreft;
c. de eisen die in het gezondheidscertificaat, bedoeld in onderdeel b, zijn vastgesteld en aan de aanvullende garanties die in voorkomend geval in dat certificaat zijn opgenomen;
d. afkomstig is uit een inrichting die, zodra deze is vastgesteld en in werking getreden, voorkomt op de voor vlees van gekweekt wild uit het betrokken land van herkomst geldende voorlopige lijst van inrichtingen als bedoeld in beschikking 95/408/EG van de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1995 tot vaststelling van voorschriften voor het opstellen voor een overgangsperiode van voorlopige lijsten van inrichtingen in derde landen waaruit de lid-staten bepaalde producten van dierlijke oorsprong, visserijproducten en levende tweekleppige weekdieren mogen invoeren (PbEG L 243), die alsdan ter inzage ligt in de bibliotheek van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij in Den Haag, met dien verstande dat indien bij de vaststelling van voornoemde lijst is voorzien in overgangsbepalingen het vlees met inachtneming van die bepalingen afkomstig mag zijn uit een inrichting die voldoet aan richtlijn 91/495/EEG.
a. afkomstig is uit een lid-staat van de Europese Unie;
b. is gemerkt met een keurmerk overeenkomstig hoofdstuk XI van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG, en
c. vergezeld gaat van een gezondheidscertificaat overeenkomstig bijlage IV van richtlijn 91/495/EEG.
2. Het in artikel 1agestelde verbod geldt, mits is voldaan aan verordening 136/2004/EGen de artikelen 7f tot en met 7k, voorts niet voor vlees van gekweekt wild dat:
a. afkomstig is uit Noorwegen;
b. voldoet aan het eerste lid, onderdelen b tot en met d.
3. Het in artikel 1agestelde verbod geldt, mits is voldaan aan verordening 136/2004/EGen de artikelen 7f tot en met 7k, voorts niet voor vlees van gekweekt wild dat:
a. afkomstig is uit een derde land of deel van een derde land, niet zijnde Noorwegen, dat voor de betrokken diersoort waarvan het vlees afkomstig is, is vermeld op de lijst van deel 1 van bijlage II bij beschikking 79/542/EEG, voor zover het vlees van slurfdieren of evenhoevigen, niet zijnde runderen, varkens, schapen of geiten, betreft, dan wel is vermeld op de lijst van bijlage I bij beschikking 2000/585/EG, voor zover het vlees van overige diersoorten betreft;
b. vergezeld gaat van een gezondheidscertificaat waarvan het model overeenstemt met het model zoals dat voor de betrokken diersoort waarvan het vlees afkomstig is, is vastgesteld in deel 2 van bijlage II bij beschikking 79/542/EEG, voor zover het vlees van slurfdieren of evenhoevigen, niet zijnde runderen, varkens, schapen of geiten, betreft, dan wel in bijlage III bij beschikking 2000/585/EG, voor zover het overige diersoorten betreft;
c. de eisen die in het gezondheidscertificaat, bedoeld in onderdeel b, zijn vastgesteld en aan de aanvullende garanties die in voorkomend geval in dat certificaat zijn opgenomen;
d. afkomstig is uit een inrichting die, zodra deze is vastgesteld en in werking getreden, voorkomt op de voor vlees van gekweekt wild uit het betrokken land van herkomst geldende voorlopige lijst van inrichtingen als bedoeld in beschikking 95/408/EG van de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1995 tot vaststelling van voorschriften voor het opstellen voor een overgangsperiode van voorlopige lijsten van inrichtingen in derde landen waaruit de lid-staten bepaalde producten van dierlijke oorsprong, visserijproducten en levende tweekleppige weekdieren mogen invoeren (PbEG L 243), die alsdan ter inzage ligt in de bibliotheek van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij in Den Haag, met dien verstande dat indien bij de vaststelling van voornoemde lijst is voorzien in overgangsbepalingen het vlees met inachtneming van die bepalingen afkomstig mag zijn uit een inrichting die voldoet aan richtlijn 91/495/EEG.
Artikel 7
Een partij afkomstig uit Nieuw-Zeeland mag in afwijking van hetgeen in deze paragraaf, dan wel paragraaf 2 van hoofdstuk 3 van de Regeling keuring en handel dierlijke productenis bepaald ten aanzien van de voor de onderscheiden soorten vlees uit derde landen voorgeschreven gezondheidscertificaten, vergezeld gaan van een op de partij betrekking hebbend gezondheidscertificaat dat ingevolge de regelgeving van de Europese Gemeenschap ter uitvoering van de Overeenkomst van 17 december 1996 tussen de Europese Gemeenschap en Nieuw-Zeeland inzake sanitaire maatregelen voor de handel in levende dieren en dierlijke producten (PbEG 1997, L 57) is vastgesteld, indien de partij voldoet aan de ingevolge vorenbedoelde regelgeving gestelde bijkomende voorwaarden.
Artikel 7a
1. Het in artikel 1agestelde verbod geldt voorts niet voor de doorvoer van vlees bestemd voor een derde land, mits
a. de zending vergezeld gaat van een bij de zending behorend document, waaruit, indien de zending afkomstig is uit een derde land, tenminste de oorsprong van de zending kan worden afgeleid en, indien de zending via het grondgebied van een lid-staat naar Nederland is verzonden, tevens, voorzover van toepassing, wordt voldaan aan verordening 136/2004/EG en de artikelen 7h en 7j;
b. voorzover de zending afkomstig is uit een derde land en rechtstreeks naar Nederland is verzonden, voorzover van toepassing, tevens is voldaan aan verordening 136/2004/EG en de artikelen 7f, 7g, en 7i..
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op beenderen, hoornen en hoeven, bestemd voor een derde land.
a. de zending vergezeld gaat van een bij de zending behorend document, waaruit, indien de zending afkomstig is uit een derde land, tenminste de oorsprong van de zending kan worden afgeleid en, indien de zending via het grondgebied van een lid-staat naar Nederland is verzonden, tevens, voorzover van toepassing, wordt voldaan aan verordening 136/2004/EG en de artikelen 7h en 7j;
b. voorzover de zending afkomstig is uit een derde land en rechtstreeks naar Nederland is verzonden, voorzover van toepassing, tevens is voldaan aan verordening 136/2004/EG en de artikelen 7f, 7g, en 7i..
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op beenderen, hoornen en hoeven, bestemd voor een derde land.
Artikel 7b
1. De zending vlees, afkomstig uit lid-staten van de Europese Unie, moet, tot en met de ontvangst door de handelaar, voldoen aan de voorwaarden, gesteld in artikel 2, voor zover deze betrekking hebben op de invoer van vleesuit lid-staten van de Europese Unie.
2. De handelaar moet zijn ingeschreven in een register dat wordt bijgehouden door de Minister, terwijl die registratie niet is getroffen door een beslissing als bedoeld in artikel 7c, tweede lid.
3. Krachtens de regelgeving van de Europese Gemeenschappen zijn geen maatregelen genomen, houdende instelling van een verbod om de betreffende zending vlees uit de betrokken lid-staat van de Europese Unie in te voeren of houdende de machtiging tot instelling van een verbod om de betreffende zending vlees in Nederland in te voeren, noch is de lid-staat van de Europese Unie van verzending ingevolge die regelgeving gehouden de afgifte van de certificaten of vervoersdocumenten, zulks in verband met de invoer in Nederland, op te schorten.
4. Ingevolge de regelgeving van de lid-staat van de Europese Unie van verzending is er geen verbod om de betrokken zending vlees op het grondgebied van die Lid-Staat in de handel te brengen.
5. De in de e artikelen 2, 6en 6a, eerste lidbedoelde certificaten en documenten zijn, met uitzondering van de documenten, bedoeld in artikel 10, eerste lid, eerste gedachtenstreepje, van richtlijn 90/675/EEG, originelen waarvan de geldigheidsduur niet is verstreken. Zij zijn in overeenstemming met de regelgeving van de Europese Gemeenschappen afgegeven en volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend in de Nederlandse, Engelse, Franse of Duitse taal.
6. Ten aanzien van de betrokken zending vlees is, in voorkomend geval, voldaan aan de ingevolge artikel 9 van richtlijn 89/662/EEGvastgestelde regelgeving van de Europese Gemeenschap of van de lid-staat van verzending zelf, in geval van een uitbraak van een epidemische dierziekte in de lid-staat van verzending.
7. Indien de zending vlees in Nederland wordt gebracht via een erkende inspectiepost, worden de in de artikelen 2en 6a, eerste lid, bedoelde certificaten of documenten, desverlangd door de handelaar overgelegd aan de ambtenaar.
8. Het zevende lid geldt niet, indien de partij rechtstreeks via een geregelde lijndienst vanuit een erkende inspectiepost wordt vervoerd naar een andere op het grondgebied van de Europese Gemeenschap gelegen plaats.
2. De handelaar moet zijn ingeschreven in een register dat wordt bijgehouden door de Minister, terwijl die registratie niet is getroffen door een beslissing als bedoeld in artikel 7c, tweede lid.
3. Krachtens de regelgeving van de Europese Gemeenschappen zijn geen maatregelen genomen, houdende instelling van een verbod om de betreffende zending vlees uit de betrokken lid-staat van de Europese Unie in te voeren of houdende de machtiging tot instelling van een verbod om de betreffende zending vlees in Nederland in te voeren, noch is de lid-staat van de Europese Unie van verzending ingevolge die regelgeving gehouden de afgifte van de certificaten of vervoersdocumenten, zulks in verband met de invoer in Nederland, op te schorten.
4. Ingevolge de regelgeving van de lid-staat van de Europese Unie van verzending is er geen verbod om de betrokken zending vlees op het grondgebied van die Lid-Staat in de handel te brengen.
5. De in de e artikelen 2, 6en 6a, eerste lidbedoelde certificaten en documenten zijn, met uitzondering van de documenten, bedoeld in artikel 10, eerste lid, eerste gedachtenstreepje, van richtlijn 90/675/EEG, originelen waarvan de geldigheidsduur niet is verstreken. Zij zijn in overeenstemming met de regelgeving van de Europese Gemeenschappen afgegeven en volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend in de Nederlandse, Engelse, Franse of Duitse taal.
6. Ten aanzien van de betrokken zending vlees is, in voorkomend geval, voldaan aan de ingevolge artikel 9 van richtlijn 89/662/EEGvastgestelde regelgeving van de Europese Gemeenschap of van de lid-staat van verzending zelf, in geval van een uitbraak van een epidemische dierziekte in de lid-staat van verzending.
7. Indien de zending vlees in Nederland wordt gebracht via een erkende inspectiepost, worden de in de artikelen 2en 6a, eerste lid, bedoelde certificaten of documenten, desverlangd door de handelaar overgelegd aan de ambtenaar.
8. Het zevende lid geldt niet, indien de partij rechtstreeks via een geregelde lijndienst vanuit een erkende inspectiepost wordt vervoerd naar een andere op het grondgebied van de Europese Gemeenschap gelegen plaats.
Artikel 7c
1. De handelaar die overeenkomstig het bepaalde in artikel 7b, tweede lid, is geregistreerd, moet:
a. tenzij met de Minister anders is overeengekomen, van elke aanvoer van een zending vlees, bedoeld in artikel 7b, eerste lid, tussen 08.00 uur en 17.00 uur en ten laatste op de dag, niet zijnde een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag voorafgaande aan de dag van aankomst op de plaats waar de handelaar de zending vlees ontvangt, kennisgeven of doen kennisgeven aan de VWA, onder opgave van deze plaats, het vermoedelijke tijdstip van aankomst alsmede van de hoeveelheid en de soort vlees;
b. de instructies van de ambtenaar in verband met een veterinairrechtelijke controle opvolgen en is desgevraagd verplicht de aangevoerde zending vlees aan de ambtenaar ten onderzoek aan te bieden en de in de de artikel 2 bedoelde, voor invoer uit lid-staten van de Europese Unie voorgeschreven, documenten te overleggen alsmede om alle medewerking te verlenen en alle inlichtingen te verstrekken die voor deze controle noodzakelijk worden geacht;
c. een administratie voeren waarin ten minste de leveringen van vlees en de eventuele verdere bestemming van het vlees zijn vermeld en waarin alle op de zendingen vlees betrekking hebbende bescheiden, en met name de in onderdeel b bedoelde documenten, zijn opgenomen;
d. de vorenbedoelde administratie gedurende ten minste drie jaren bewaren;
e. voorafgaand aan de ontvangst, onderscheidenlijk de verdere verdeling of verhandeling van elke zending vlees, nagaan of aan de voorwaarden, gesteld in artikel 2 voor zover deze betrekking hebben op de invoer van vlees uit lid-staten van de Europese Unie, is voldaan;
f. nalatigheden en onregelmatigheden met betrekking tot een levering van een zending vlees onmiddellijk melden aan de VWA;
2. Indien een handelaar zijn in het eerste lid bedoelde verplichtingen niet nakomt of in strijd handelt met artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht, kan de Minister beslissen dat zijn in artikel 6b, tweede lid, bedoelde registratie wordt doorgehaald dan wel niet wordt erkend.
a. tenzij met de Minister anders is overeengekomen, van elke aanvoer van een zending vlees, bedoeld in artikel 7b, eerste lid, tussen 08.00 uur en 17.00 uur en ten laatste op de dag, niet zijnde een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag voorafgaande aan de dag van aankomst op de plaats waar de handelaar de zending vlees ontvangt, kennisgeven of doen kennisgeven aan de VWA, onder opgave van deze plaats, het vermoedelijke tijdstip van aankomst alsmede van de hoeveelheid en de soort vlees;
b. de instructies van de ambtenaar in verband met een veterinairrechtelijke controle opvolgen en is desgevraagd verplicht de aangevoerde zending vlees aan de ambtenaar ten onderzoek aan te bieden en de in de de artikel 2 bedoelde, voor invoer uit lid-staten van de Europese Unie voorgeschreven, documenten te overleggen alsmede om alle medewerking te verlenen en alle inlichtingen te verstrekken die voor deze controle noodzakelijk worden geacht;
c. een administratie voeren waarin ten minste de leveringen van vlees en de eventuele verdere bestemming van het vlees zijn vermeld en waarin alle op de zendingen vlees betrekking hebbende bescheiden, en met name de in onderdeel b bedoelde documenten, zijn opgenomen;
d. de vorenbedoelde administratie gedurende ten minste drie jaren bewaren;
e. voorafgaand aan de ontvangst, onderscheidenlijk de verdere verdeling of verhandeling van elke zending vlees, nagaan of aan de voorwaarden, gesteld in artikel 2 voor zover deze betrekking hebben op de invoer van vlees uit lid-staten van de Europese Unie, is voldaan;
f. nalatigheden en onregelmatigheden met betrekking tot een levering van een zending vlees onmiddellijk melden aan de VWA;
2. Indien een handelaar zijn in het eerste lid bedoelde verplichtingen niet nakomt of in strijd handelt met artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht, kan de Minister beslissen dat zijn in artikel 6b, tweede lid, bedoelde registratie wordt doorgehaald dan wel niet wordt erkend.
Artikel 7d
Bij het vervoer op Nederlands grondgebied in het kader van doorvoer van een uit de lid-staten van de Europese Unie afkomstige zending vlees, naar een lid-staat van de Europese Unie moet de zending vlees voldoen aan de op de doorvoer van vlees afkomstig uit lid-staten van de Europese Unie betrekking hebbende voorwaarden, gesteld in de artikel 2.
Artikel 7e
1. Indien bij de controle, bedoeld in artikel 7c, eerste lid, onderdelen b en e, of bij de controle tijdens het vervoer van een zending vlees in het kader van de invoer of de doorvoer van deze partij wordt vermoed of geconstateerd dat er verwekkers van ziekten, zoönosen of andere aandoeningen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van richtlijn 89/662/EEG, aanwezig zijn of het vlees afkomstig is uit een met een epidemische dierziekte besmet gebied, kan de ambtenaar, indien hij de aanwezigheid van verwekkers van ziekten, zoönosen of andere aandoeningen vermoedt, gelasten dat de zending overeenkomstig zijn aanwijzingen in tijdelijke afzondering wordt geplaatst, dan wel worden de maatregelen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, eerste alinea, van voornoemde richtlijn uitgevoerd, al naar gelang de ambtenaar daaromtrent heeft besloten.
2. Indien bij de controle, bedoeld in artikel 7c, eerste lid, onderdelen b en e, of bij de controle tijdens het vervoer van een zending vlees in het kader van de invoer of de doorvoer van deze zending wordt vermoed of geconstateerd dat niet wordt voldaan aan de voorschriften van de onderhavige regeling dan wel aan de van toepassing zijnde communautaire voorschriften, kan de ambtenaar, indien hij vermoedt dat niet wordt voldaan aan vorenbedoelde voorschriften, gelasten dat de zending overeenkomstig zijn aanwijzingen in tijdelijke afzondering wordt geplaatst, dan wel worden de maatregelen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, van richtlijn 89/662/EEGuitgevoerd, al naar gelang de ambtenaar daaromtrent overeenkomstig de keuze van de afzender of diens gemachtigde heeft besloten.
3. Een besluit als bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt ter kennis gebracht van de afzender of diens gemachtigde met vermelding van de redenen. Desgevraagd geschiedt die kennisgeving schriftelijk, met vermelding van datum en uur waarop het besluit is genomen.
4. Een besluit als bedoeld in het eerste en tweede lid laat onverlet het recht van de afzender van het vlees om, overeenkomstig het bepaalde in artikel 8, tweede lid, vierde alinea, van richtlijn 89/662/EEG, binnen een maand na de kennisgeving, bedoeld in het derde lid, het advies van een veterinair deskundige in te winnen, met dien verstande evenwel, dat de ambtenaar te allen tijde kan beslissen om de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onmiddellijk uit te voeren, indien zulks noodzakelijk is om redenen van gezondheidsbescherming.
5. De kosten, die uit de in het eerste of het tweede lid bedoelde maatregelen voortvloeien komen voor rekening van de afzender van de zending vlees of diens gemachtigde, onderscheidenlijk van de ontvanger van de zending vlees of diens gemachtigde.
2. Indien bij de controle, bedoeld in artikel 7c, eerste lid, onderdelen b en e, of bij de controle tijdens het vervoer van een zending vlees in het kader van de invoer of de doorvoer van deze zending wordt vermoed of geconstateerd dat niet wordt voldaan aan de voorschriften van de onderhavige regeling dan wel aan de van toepassing zijnde communautaire voorschriften, kan de ambtenaar, indien hij vermoedt dat niet wordt voldaan aan vorenbedoelde voorschriften, gelasten dat de zending overeenkomstig zijn aanwijzingen in tijdelijke afzondering wordt geplaatst, dan wel worden de maatregelen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, van richtlijn 89/662/EEGuitgevoerd, al naar gelang de ambtenaar daaromtrent overeenkomstig de keuze van de afzender of diens gemachtigde heeft besloten.
3. Een besluit als bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt ter kennis gebracht van de afzender of diens gemachtigde met vermelding van de redenen. Desgevraagd geschiedt die kennisgeving schriftelijk, met vermelding van datum en uur waarop het besluit is genomen.
4. Een besluit als bedoeld in het eerste en tweede lid laat onverlet het recht van de afzender van het vlees om, overeenkomstig het bepaalde in artikel 8, tweede lid, vierde alinea, van richtlijn 89/662/EEG, binnen een maand na de kennisgeving, bedoeld in het derde lid, het advies van een veterinair deskundige in te winnen, met dien verstande evenwel, dat de ambtenaar te allen tijde kan beslissen om de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onmiddellijk uit te voeren, indien zulks noodzakelijk is om redenen van gezondheidsbescherming.
5. De kosten, die uit de in het eerste of het tweede lid bedoelde maatregelen voortvloeien komen voor rekening van de afzender van de zending vlees of diens gemachtigde, onderscheidenlijk van de ontvanger van de zending vlees of diens gemachtigde.
Artikel 7ea
Deze paragraaf is van overeenkomstige toepassing op zendingen beenderen, hoornen en hoeven, afkomstig uit een lid-staat van de Europese Unie.
Artikel 7f
1. De zending vlees, afkomstig uit een derde land, die rechtstreeks uit dat derde land in Nederland wordt in- of doorgevoerd, wordt aangevoerd via een erkende inspectiepost.
2. De melding van de aanvoer van een partij vindt plaats aan de VWA overeenkomstig artikel 2 van verordening 136/2004/EG.
3. Bij de aankomst op de inspectiepost wordt de ambtenaar door de belanghebbende bij de lading het op grond van de artikelen 3 tot en met 7a, voor de invoer en, onderscheidenlijk of, de doorvoer van vlees afkomstig uit derde landen voorgeschreven document ter beschikking gesteld.
4. De zending wordt door de belanghebbende bij de lading bij aankomst op de erkende inspectiepost ter onderzoek aangeboden aan de ambtenaar.
5. Op de in het eerste lid bedoelde zending vlees zijn de artikelen 2.17, zesde tot en met twaalfde lid, en 2.17a tot en met 2.23m van de Regeling keuring en handel dierlijke productenvan overeenkomstige toepassing.
Op het in het derde lid bedoelde document is artikel 2.17, vierde lid, van de Regeling keuring en handel dierlijke productenvan overeenkomstige toepassing.
6. Voor de toepassing van de in het vijfde lid bedoelde artikelen moet worden gelezen:
a. het eerste derde land waarnaar de zending vlees wordt vervoerd, deze niet zal weigeren of terugzenden;
b. de ambtenaar, bedoeld in het tweede lid, vooraf toestemming heeft gegeven voor de doorvoer, en dient: a. voor ‘keuringsdierenarts’: inspecteur;
b. voor ‘partij’: zending;
c. voor ‘producten’: vlees, beenderen, hoornen of hoeven.
a. voor ‘keuringsdierenarts’: inspecteur;
b. voor ‘partij’: zending;
c. voor ‘producten’: vlees, beenderen, hoornen of hoeven.
7. Met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde zending is voldaan aan bijlage XI, hoofdstuk A, punt 15, van verordening 999/2001/EG.
2. De melding van de aanvoer van een partij vindt plaats aan de VWA overeenkomstig artikel 2 van verordening 136/2004/EG.
3. Bij de aankomst op de inspectiepost wordt de ambtenaar door de belanghebbende bij de lading het op grond van de artikelen 3 tot en met 7a, voor de invoer en, onderscheidenlijk of, de doorvoer van vlees afkomstig uit derde landen voorgeschreven document ter beschikking gesteld.
4. De zending wordt door de belanghebbende bij de lading bij aankomst op de erkende inspectiepost ter onderzoek aangeboden aan de ambtenaar.
5. Op de in het eerste lid bedoelde zending vlees zijn de artikelen 2.17, zesde tot en met twaalfde lid, en 2.17a tot en met 2.23m van de Regeling keuring en handel dierlijke productenvan overeenkomstige toepassing.
Op het in het derde lid bedoelde document is artikel 2.17, vierde lid, van de Regeling keuring en handel dierlijke productenvan overeenkomstige toepassing.
6. Voor de toepassing van de in het vijfde lid bedoelde artikelen moet worden gelezen:
a. het eerste derde land waarnaar de zending vlees wordt vervoerd, deze niet zal weigeren of terugzenden;
b. de ambtenaar, bedoeld in het tweede lid, vooraf toestemming heeft gegeven voor de doorvoer, en dient: a. voor ‘keuringsdierenarts’: inspecteur;
b. voor ‘partij’: zending;
c. voor ‘producten’: vlees, beenderen, hoornen of hoeven.
a. voor ‘keuringsdierenarts’: inspecteur;
b. voor ‘partij’: zending;
c. voor ‘producten’: vlees, beenderen, hoornen of hoeven.
7. Met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde zending is voldaan aan bijlage XI, hoofdstuk A, punt 15, van verordening 999/2001/EG.
Artikel 7g
1. Terzake van een zending vlees die zich aan boord bevindt van een vliegtuig of schip dat bij vervoer tussen twee derde landen op Nederlands grondgebied lardt of aanlegt, overlegt de vervoerder aan de ambtenaar desgevraagd het document, bedoeld in artikel 7a.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde zending van het ene vliegtuig of schip in het andere wordt overgeladen, stelt de vervoerder de ambtenaar hiervan in kennis en overlegt hij hem desgevraagd het document, bedoeld in het eerste lid.
3. Indien de in het eerste lid bedoelde zending tijdelijk wordt uitgeladen en opgeslagen op de desbetreffende luchthaven of haven, in afwachting van verzending naar een vooraf bepaald derde land, overlegt de vervoerder aan de ambtenaar, het in het eerste lid bedoelde document en biedt hij de zending aan hem ten onderzoek aan.
4. In de in het eerste tot en met het derde lid bedoelde gevallen gaat de desbetreffende zending bij verzending naar het derde land vergezeld van het originele document, bedoeld in het eerste lid.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde zending van het ene vliegtuig of schip in het andere wordt overgeladen, stelt de vervoerder de ambtenaar hiervan in kennis en overlegt hij hem desgevraagd het document, bedoeld in het eerste lid.
3. Indien de in het eerste lid bedoelde zending tijdelijk wordt uitgeladen en opgeslagen op de desbetreffende luchthaven of haven, in afwachting van verzending naar een vooraf bepaald derde land, overlegt de vervoerder aan de ambtenaar, het in het eerste lid bedoelde document en biedt hij de zending aan hem ten onderzoek aan.
4. In de in het eerste tot en met het derde lid bedoelde gevallen gaat de desbetreffende zending bij verzending naar het derde land vergezeld van het originele document, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 7h
1. De zending vlees, afkomstig uit een derde land, welke via het grondgebied van een lid-staat naar Nederland is verzonden, gaat vergezeld van een gewaarmerkt afschrift als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van richtlijn 97/78/EGen van het Gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst, bedoeld in verordening 282/2004/EG.
2. Het bepaalde in de artikelen 7b, tweede, derde en vijfde lid, 7cen 7 eis in geval van een invoer als bedoeld in het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
2. Het bepaalde in de artikelen 7b, tweede, derde en vijfde lid, 7cen 7 eis in geval van een invoer als bedoeld in het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
Artikel 7i
1. Bij de in- of doorvoer van een zending die door een derde land is geweigerd en vanuit het grondgebied van de Europese Gemeenschap naar het betrokken derde land is verzonden, wordt voldaan aan: artikel 7f, eerste, tweede en vierde lid; artikel 15, eerste lid, onderdeel a, van richtlijn 97/78/EG.
2. Op de in het eerste lid bedoelde zending zijn de artikelen 2.17, achtste en twaalfde lid, 2.18a, 2.19, eerste lid, en 2.22, eerste, tweede, vijfde en zesde lid, van de Regeling keuring en handel dierlijke productenvan overeenkomstige toepassing.
3. Indien de in het eerste lid bedoeld zending naar het derde land is verzonden vanuit een lid-staat, heeft de Minister vooraf toestemming verleend voor het binnenbrengen van de producten en heeft de bevoegde autoriteit van de lidstaat die het in artikel 15, eerste lid, onderdeel a, van richtlijn 97/78/EGbedoelde certificaat heeft afgegeven met de terugname van de partij ingestemd.
2. Op de in het eerste lid bedoelde zending zijn de artikelen 2.17, achtste en twaalfde lid, 2.18a, 2.19, eerste lid, en 2.22, eerste, tweede, vijfde en zesde lid, van de Regeling keuring en handel dierlijke productenvan overeenkomstige toepassing.
3. Indien de in het eerste lid bedoeld zending naar het derde land is verzonden vanuit een lid-staat, heeft de Minister vooraf toestemming verleend voor het binnenbrengen van de producten en heeft de bevoegde autoriteit van de lidstaat die het in artikel 15, eerste lid, onderdeel a, van richtlijn 97/78/EGbedoelde certificaat heeft afgegeven met de terugname van de partij ingestemd.
Artikel 7j
1. Bij het vervoer op Nederlands grondgebied in het kader van doorvoer van een uit derde landen afkomstige zending vlees, die via het grondgebied van een lid-staat naar Nederland is verzonden, naar een derde land, moet de zending vergezeld gaan van het document, bedoeld in artikel 7a, en van een Gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst als bedoeld in verordening 282/2004/EG, waarin is aangegeven langs welke grensinspectiepost als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel g, van richtlijn 97/78/EGde zending de Europese Gemeenschap verlaat.
2. Het vervoer van de in het eerste lid bedoeld zending geschiedt onder douanetoezicht tot op de plaats waar het Nederlands grondgebied wordt verlaten in verzegelde voertuigen of verzegelde containers en zonder splitsing of, tenzij de zending overeenkomstig het derde lid wordt opgeslagen, lossing van de partij.
3. Op de in het eerste lid bedoelde zending zijn de artikelen 2.23, 2.23a, 2.23cen 2.23e van de Regeling keuring en handel dierlijke productenvan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat opslag in een van de in artikel 2.23agenoemde opslagruimten is toegestaan, mits elders geen opslag heeft plaatsgevonden.
2. Het vervoer van de in het eerste lid bedoeld zending geschiedt onder douanetoezicht tot op de plaats waar het Nederlands grondgebied wordt verlaten in verzegelde voertuigen of verzegelde containers en zonder splitsing of, tenzij de zending overeenkomstig het derde lid wordt opgeslagen, lossing van de partij.
3. Op de in het eerste lid bedoelde zending zijn de artikelen 2.23, 2.23a, 2.23cen 2.23e van de Regeling keuring en handel dierlijke productenvan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat opslag in een van de in artikel 2.23agenoemde opslagruimten is toegestaan, mits elders geen opslag heeft plaatsgevonden.
Artikel 7k
1). Indien wordt vermoed of geconstateerd dat in de zending verwekkers van ziekten, zoönosen of andere aandoeningen aanwezig zijn of dat de zending afkomstig is uit een met een epidemische dierziekte besmet gebied, kan de Minister gelasten dat de zending overeenkomstig zijn aanwijzingen in tijdelijke afzondering wordt geplaatst, dan wel wordt de zending vernietigd of voor andere doeleinden gebruikt dan waarvoor ze zijn bestemd, al naar gelang de Minister daaromtrent heeft besloten en met inachtneming van diens aanwijzingen.
2. Indien aan de hand van de op grond van deze regeling uitgevoerde controles wordt vastgesteld dat een voor Nederland of een lidstaat bestemde zending vlees niet voldoet aan de op grond van deze regeling voor het vlees gestelde voorschriften of dat een onregelmatigheid is begaan, besluit de Minister in overleg met de belanghebbende bij de lading:
a. dat de zending in ieder geval binnen 60 dagen nadat is geconstateerd dat niet aan de onderhavige regeling wordt voldaan vanuit de inspectiepost met hetzelfde vervoermiddel wordt teruggezonden naar een derde land indien veterinairrechtelijke of gezondheidsredenen zich daar niet tegen verzetten;
b. indien terugzending als bedoeld in onderdeel a onmogelijk is of de in dat onderdeel bedoelde termijn is verstreken, dat de zending wordt vernietigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 17, tweede lid, onderdeel b, van richtlijn 97/78/EG;
c. dat de zending voor andere doeleinden dan de menselijke consumptie wordt gebruikt.
3. Indien een zending in Nederland is gebracht zonder dat, voorzover van toepassing, de zending is onderworpen aan de in artikel 7fbedoelde controles, besluit de Minister dat de zending overeenkomstig het tweede lid, onderdeel b, wordt vernietigd of wordt teruggezonden naar een derde land indien veterinairrechtelijke of gezondheidsredenen zich daar niet tegen verzetten.
4. In afwachting van de terugzending of de vernietiging van een zending als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid wordt de zending onder toezicht van de ambtenaar in tijdelijke afzondering geplaatst en opgeslagen.
5. Alle kosten die in verband met de in dit artikel bedoelde maatregelen worden gemaakt, komen ten laste van de belanghebbende bij de lading.
2. Indien aan de hand van de op grond van deze regeling uitgevoerde controles wordt vastgesteld dat een voor Nederland of een lidstaat bestemde zending vlees niet voldoet aan de op grond van deze regeling voor het vlees gestelde voorschriften of dat een onregelmatigheid is begaan, besluit de Minister in overleg met de belanghebbende bij de lading:
a. dat de zending in ieder geval binnen 60 dagen nadat is geconstateerd dat niet aan de onderhavige regeling wordt voldaan vanuit de inspectiepost met hetzelfde vervoermiddel wordt teruggezonden naar een derde land indien veterinairrechtelijke of gezondheidsredenen zich daar niet tegen verzetten;
b. indien terugzending als bedoeld in onderdeel a onmogelijk is of de in dat onderdeel bedoelde termijn is verstreken, dat de zending wordt vernietigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 17, tweede lid, onderdeel b, van richtlijn 97/78/EG;
c. dat de zending voor andere doeleinden dan de menselijke consumptie wordt gebruikt.
3. Indien een zending in Nederland is gebracht zonder dat, voorzover van toepassing, de zending is onderworpen aan de in artikel 7fbedoelde controles, besluit de Minister dat de zending overeenkomstig het tweede lid, onderdeel b, wordt vernietigd of wordt teruggezonden naar een derde land indien veterinairrechtelijke of gezondheidsredenen zich daar niet tegen verzetten.
4. In afwachting van de terugzending of de vernietiging van een zending als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid wordt de zending onder toezicht van de ambtenaar in tijdelijke afzondering geplaatst en opgeslagen.
5. Alle kosten die in verband met de in dit artikel bedoelde maatregelen worden gemaakt, komen ten laste van de belanghebbende bij de lading.
Artikel 7l
1. De artikelen 7b tot en met 7hgelden niet voor vlees als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van richtlijn 97/78/EG, met dien verstande dat onder commerciële monsters als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel e, van richtlijn 97/78/EGwordt verstaan handelsmonsters als bedoeld in artikel 1 1, eerste lid, van de Regeling keuring en handel dierlijke producten, en, mits met inachtneming van artikel 8 van verordening 136/2004/EG, wordt voldaan aan artikel 16, eerste lid, van richtlijn 97/78/EG.
2. Vlees als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdelen e en f, van richtlijn 97/78/EGwordt aangevoerd via een erkende inspectiepost.
3. Tenzij met de Minister anders is overeengekomen, geeft de belanghebbende bij de lading van de aanvoer als bedoeld in het tweede lid tenminste 24 uur voor de aankomst schriftelijk kennis aan de VWA.
2. Vlees als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdelen e en f, van richtlijn 97/78/EGwordt aangevoerd via een erkende inspectiepost.
3. Tenzij met de Minister anders is overeengekomen, geeft de belanghebbende bij de lading van de aanvoer als bedoeld in het tweede lid tenminste 24 uur voor de aankomst schriftelijk kennis aan de VWA.
Artikel 7m
Deze paragraaf is van overeenkomstige toepassing op zendingen beenderen, hoornen en hoeven, afkomstig uit een derde land, met dien verstande dat waar in artikel 7f, derde lid, wordt verwezen naar de artikelen 3tot en met 7a, voor de toepassing van dit artikel slechts wordt verwezen naar de artikelen 4cen 7a.
Artikel 7n
De minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 10 van verordening 136/2004/EG.
Artikel 8
1. De Minister kan ontheffing verlenen van het in artikel 1agestelde verbod.
2. Aan een ontheffing, bedoeld in het eerste lid, kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
2. Aan een ontheffing, bedoeld in het eerste lid, kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
Artikel 8a
De regeling is niet van toepassing op beenderen, daaronder begrepen gebroken of gemalen beenderen.
Artikel 9
1. Een wijziging van een of meer onderdelen van de in deze regeling genoemde richtlijnen treedt voor de toepassing van de artikelen uit deze regeling, waarin naar die onderdelen wordt verwezen, in werking met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijnen uitvoering moet zijn gegeven.
2. De Minister doet van een wijzigingsrichtlijn als bedoeld in het eerste lid mededeling in de Staatscourant.
2. De Minister doet van een wijzigingsrichtlijn als bedoeld in het eerste lid mededeling in de Staatscourant.
Artikel 9a
Deze regeling is niet van toepassing op:
a. gehakt, vlees in stukken van minder dan 100 gram en vleesbereidingen als bedoeld in Richtlijn nr. 88/657/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 december 1988 tot vaststelling van de eisen voor de productie van en het handelsverkeer in gehakt, vlees in stukken van minder dan 100 gram en vleesbereidingen en tot wijziging van de Richtlijnen 64/433/EEG, 71/118/EEG en 72/462/EEG (PbEG L 382);
b. gehakt vlees en vleesbereidingen als bedoeld in Richtlijn nr. 94/65/EG van de Raad van de Europese Unie van 14 december 1994 tot vaststelling van voorschriften voor de productie en het in de handel brengen van gehakt vlees en vleesbereidingen (PbEG L 368), niet zijnde gehakt vlees als bedoeld in artikel 9.15, tweede lid, van de Regeling keuring en handel dierlijke producten;
c. vlees als bedoeld in artikel 1 van verordening (EG) nr. 745/2004 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 16 april 2004 tot vaststelling van maatregelen betreffende de invoer van producten van dierlijke oorsprong voor persoonlijke consumptie (PbEU L 122), voor zover door reizigers in de Europese Gemeenschap binnengebracht of aan particulieren in de Europese Gemeenschap toegezonden.
a. gehakt, vlees in stukken van minder dan 100 gram en vleesbereidingen als bedoeld in Richtlijn nr. 88/657/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 december 1988 tot vaststelling van de eisen voor de productie van en het handelsverkeer in gehakt, vlees in stukken van minder dan 100 gram en vleesbereidingen en tot wijziging van de Richtlijnen 64/433/EEG, 71/118/EEG en 72/462/EEG (PbEG L 382);
b. gehakt vlees en vleesbereidingen als bedoeld in Richtlijn nr. 94/65/EG van de Raad van de Europese Unie van 14 december 1994 tot vaststelling van voorschriften voor de productie en het in de handel brengen van gehakt vlees en vleesbereidingen (PbEG L 368), niet zijnde gehakt vlees als bedoeld in artikel 9.15, tweede lid, van de Regeling keuring en handel dierlijke producten;
c. vlees als bedoeld in artikel 1 van verordening (EG) nr. 745/2004 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 16 april 2004 tot vaststelling van maatregelen betreffende de invoer van producten van dierlijke oorsprong voor persoonlijke consumptie (PbEU L 122), voor zover door reizigers in de Europese Gemeenschap binnengebracht of aan particulieren in de Europese Gemeenschap toegezonden.
Artikel 9b
De artikelen 7atot en met 7mberusten op de artikelen 10, 11en 13 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dierenen op de artikelen 2en 4 van het Besluit inzake het in de handel brengen van dieren en producten en de toepassing van maatregelen met betrekking tot in Nederland gebrachte dieren en producten..
Artikel 10
1. De Beschikking invoer vlees (Stcrt. 1964, 146) en de Beschikking invoer vlees uit Zuid-Amerika (Stcrt. 1977, 179) worden ingetrokken.
2. Deze regeling kan worden aangehaald als:
Regeling in- en doorvoer vlees 1979en treedt in werking met ingang van de dag na die van haar bekendmaking in de Nederlandse Staatscourant.
2. Deze regeling kan worden aangehaald als:
Regeling in- en doorvoer vlees 1979en treedt in werking met ingang van de dag na die van haar bekendmaking in de Nederlandse Staatscourant.