BWBR0003212
Geldig vanaf 1979-01-01
Artikel 24
Beschikking bijdragen werknemers Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën
1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 10, eerste lid, en 12, tweede lid, vervalt het recht op een bijdrage, indien de werknemer aan wie de bijdrage is toegekend, handelt in strijd met de aan de toekenning verbonden voorwaarden en voorschriften.
2. Indien het recht op een bijdrage overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid is vervallen moet het genotene of teveel genotene door de werknemer op eerste vordering van de directeur worden terugbetaald.
3. Indien het recht op de loondervingsbijdrage overeenkomstig het bepaalde in artikel 10, eerste lid, is vervallen, moet het teveel genotene door de werknemer op eerste vordering van de directeur worden terugbetaald en kan het door de directeur ook op latere uitkeringen in mindering worden gebracht.
2. Indien het recht op een bijdrage overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid is vervallen moet het genotene of teveel genotene door de werknemer op eerste vordering van de directeur worden terugbetaald.
3. Indien het recht op de loondervingsbijdrage overeenkomstig het bepaalde in artikel 10, eerste lid, is vervallen, moet het teveel genotene door de werknemer op eerste vordering van de directeur worden terugbetaald en kan het door de directeur ook op latere uitkeringen in mindering worden gebracht.