BWBR0003212
Geldig vanaf 1979-01-01
Artikel 23
Beschikking bijdragen werknemers Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën
Indien de werknemer tijdens het genot van de in artikel 7, eerste lid, onder a, bedoelde maandelijkse uitkering overlijdt, wordt deze tot en met de laatste dag van de tweede maand, volgende op die, waarin het overlijden plaatsvondt, uitbetaald:
a. aan de langstlevende van de echtgenoten indien de overledenen niet duurzaam van de andere echtgenoot gescheiden leefde;
b. bij ontstentenis van de onder a bedoelde persoon aan de minderjarige wettige of natuurlijke kinderen;
c. bij ontstentenis van de onder a en b bedoelde personen aan degenen ten aanzien van wie de overledene grotendeels in de kosten van het bestaan voorzag en met wie hij in gezinsverband leefde.
a. aan de langstlevende van de echtgenoten indien de overledenen niet duurzaam van de andere echtgenoot gescheiden leefde;
b. bij ontstentenis van de onder a bedoelde persoon aan de minderjarige wettige of natuurlijke kinderen;
c. bij ontstentenis van de onder a en b bedoelde personen aan degenen ten aanzien van wie de overledene grotendeels in de kosten van het bestaan voorzag en met wie hij in gezinsverband leefde.