1. Ten aanzien van een stoomtoestel of damptoestel, zijnde een ketel of zijnde een vat waarin damp op overeenkomstige wijze als vloeistof in een ketel wordt verhit, bedraagt de basisvergoeding ten hoogste voor een keuring als bedoeld in artikel 2, onder a, bij een verwarmd oppervlak:
2. Ten aanzien van een stoomtoestel of damptoestel, zijnde een vat anders dan bedoeld in het eerste lid, bedraagt de basisvergoeding ten hoogste voor een keuring als bedoeld in artikel 2, onder a, bij een inhoud:
3. Voor keuringen welke bij of krachtens de
Stoomwetvoorgeschreven zijn en waarop niet het eerste of tweede lid van toepassing zijn, bedraagt de basisvergoeding ten hoogste € 109,00 per uur, met uitzondering voor werkzaamheden bestaande uit:
a. nader onderzoek, waarvoor de basisvergoeding ten hoogste € 110,75 per uur bedraagt;
b. beoordeling van revisiebedrijven van beveiligingsmiddelen, waarvoor de basisvergoeding ten hoogste € 121,25 per uur bedraagt. Een gedeelte van een uur wordt naar boven afgerond tot een half uur.
4. Het aantal uren waarvoor de maximale basisvergoeding genoemd in het derde lid is verschuldigd, is in ieder geval niet hoger dan het aantal uren dat voor het verrichten van de betreffende werkzaamheden door een voldoende deskundig persoon gebruikelijk is te achten.
5. De basisvergoedingen genoemd in dit artikel worden met betrekking tot keuringen in Nederland vermeerderd met ten hoogste € 109,00 per keuringsbezoek voor reiskosten en reistijd van de persoon die de keuring buiten kantoor verricht.
6. Indien het verwarmd oppervlak van een ketel niet kan worden vastgesteld, wordt de vergoeding op overeenkomstige wijze berekend als in het tweede lid bepaald is ten aanzien van een vat, anders dan bedoeld in het eerste lid.