BWBR0003052
Geldig vanaf 1977-01-01
Artikel 6
Wet betreffende de positie van Molukkers
1. Ten aanzien van de verkrijging en het verlies van de behandeling als Nederlander zijn de artikelen <a href="/wet/BWBR0003738/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">2</a>, <a href="/wet/BWBR0003738/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">3</a>, <a href="/wet/BWBR0003738/artikel/4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">4</a>, <a href="/wet/BWBR0003738/artikel/5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5</a>, <a href="/wet/BWBR0003738/artikel/5a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300"> 5a</a>, <a href="/wet/BWBR0003738/artikel/5b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5b</a>, <a href="/wet/BWBR0003738/artikel/5c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5c</a>, <a href="/wet/BWBR0003738/artikel/6" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">6, eerste lid, onderdeel c en d, tweede tot en met vijfde lid alsmede het zevende lid</a>, <a href="/wet/BWBR0003738/artikel/14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">14</a>, <a href="/wet/BWBR0003738/artikel/15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">15</a>, <a href="/wet/BWBR0003738/artikel/15A" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">15A</a>, <a href="/wet/BWBR0003738/artikel/16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">16</a>, <a href="/wet/BWBR0003738/artikel/16A" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">16A</a>, <a href="/wet/BWBR0003738/artikel/27" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">27, eerste lid</a>, <a href="/wet/BWBR0003738/artikel/28" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">28 van de Rijkswet op het Nederlanderschap</a>, alsmede van de artikelen <a href="/wet/BWBR0012089/artikel/II" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">II</a>, <a href="/wet/BWBR0012089/artikel/III" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">III</a>, <a href="/wet/BWBR0012089/artikel/IV" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">IV</a>en <a href="/wet/BWBR0012089/artikel/V" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">V van de Rijkswet tot wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap met betrekking tot de verkrijging, de verlening en het verlies van het Nederlanderschap</a>van 21 december 2000, Stb. 618 van overeenkomstige toepassing.
2. Het niet-Nederlandse kind dat niet de behandeling als Nederlander geniet en dat na de inwerkingtreding van deze wet doch vóór de inwerkingtreding van de <a href="/wet/BWBR0003738" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Rijkswet op het Nederlanderschap</a>( <em>Stb.</em>1984, 628) is geboren uit een vrouw die ten tijde van de geboorte van het kind de behandeling als Nederlander genoot dan wel deze op een later tijdstip heeft verkregen, verkrijgt de behandeling als Nederlander te rekenen van de geboorte, dan wel het tijdstip waarop de moeder de behandeling als Nederlander heeft verkregen.
3. Het niet-Nederlandse kind dat niet de behandeling als Nederlander geniet en dat na de inwerkingtreding van deze wet doch vóór de inwerkingtreding van de <a href="/wet/BWBR0003738" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Rijkswet op het Nederlanderschap</a>( <em>Stb.</em>1984, 628) krachtens beslissing van de Nederlandse, de Nederlands-Antilliaanse of de Arubaanse rechter het adoptiefkind is geworden van een vrouw die ten tijde van de adoptie van het kind de behandeling als Nederlander genoot dan wel deze op een later tijdstip heeft verkregen, verkrijgt de behandeling als Nederlander, te rekenen van de adoptie dan wel het tijdstip waarop de moeder de behandeling als Nederlander heeft verkregen.
2. Het niet-Nederlandse kind dat niet de behandeling als Nederlander geniet en dat na de inwerkingtreding van deze wet doch vóór de inwerkingtreding van de <a href="/wet/BWBR0003738" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Rijkswet op het Nederlanderschap</a>( <em>Stb.</em>1984, 628) is geboren uit een vrouw die ten tijde van de geboorte van het kind de behandeling als Nederlander genoot dan wel deze op een later tijdstip heeft verkregen, verkrijgt de behandeling als Nederlander te rekenen van de geboorte, dan wel het tijdstip waarop de moeder de behandeling als Nederlander heeft verkregen.
3. Het niet-Nederlandse kind dat niet de behandeling als Nederlander geniet en dat na de inwerkingtreding van deze wet doch vóór de inwerkingtreding van de <a href="/wet/BWBR0003738" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Rijkswet op het Nederlanderschap</a>( <em>Stb.</em>1984, 628) krachtens beslissing van de Nederlandse, de Nederlands-Antilliaanse of de Arubaanse rechter het adoptiefkind is geworden van een vrouw die ten tijde van de adoptie van het kind de behandeling als Nederlander genoot dan wel deze op een later tijdstip heeft verkregen, verkrijgt de behandeling als Nederlander, te rekenen van de adoptie dan wel het tijdstip waarop de moeder de behandeling als Nederlander heeft verkregen.