BWBR0003052
Geldig vanaf 1977-01-01
Artikel 8
Wet betreffende de positie van Molukkers
1. De niet-Nederlandse vrouw of man die sedert ten minste drie jaren de echtgenoot is van een persoon als bedoeld in artikel 1of 2, verkrijgt, indien zij of hij de behandeling als Nederlander niet reeds uit eigen hoofde bezit, die behandeling door haar of zijn wil daartoe te kennen te geven aan een autoriteit als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003738/artikel/21" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 21 van de Rijkswet op het Nederlanderschap</a>.
2. De niet-Nederlandse vrouw of man, die de echtgenote of echtgenoot is van een persoon aan wie de behandeling als Nederlander wordt verleend krachtens artikel 3verkrijgt, indien zij of hij de behandeling als Nederlander niet reeds uit eigen hoofde bezit, die behandeling door haar of zijn wil daartoe te kennen te geven aan de burgemeester van haar of zijn woonplaats.
2. De niet-Nederlandse vrouw of man, die de echtgenote of echtgenoot is van een persoon aan wie de behandeling als Nederlander wordt verleend krachtens artikel 3verkrijgt, indien zij of hij de behandeling als Nederlander niet reeds uit eigen hoofde bezit, die behandeling door haar of zijn wil daartoe te kennen te geven aan de burgemeester van haar of zijn woonplaats.