BWBR0003052
Geldig vanaf 1977-01-01
Artikel 3
Wet betreffende de positie van Molukkers
1. Onze Minister van Justitie kan, op een daartoe gedaan verzoek, door een aan de verzoeker af te geven verklaring de toepassing van deze wet uitbreiden tot andere dan de in de artikelen 1en 2bedoelde Molukkers, welke met dezen nauwe maatschappelijke banden hebben, die zich vóór 1 oktober 1965 in Nederland hebben gevestigd en aldaar ten tijde van het verzoek woonplaats of werkelijk verblijf hebben.
2. Op de kinderen van Molukkers aan wie de in het voorgaande lid bedoelde verklaring is afgegeven is artikel 2van overeenkomstige toepassing, indien zij op het tijdstip van de indiening van het verzoek in Nederland woonplaats of werkelijk verblijf hebben.
2. Op de kinderen van Molukkers aan wie de in het voorgaande lid bedoelde verklaring is afgegeven is artikel 2van overeenkomstige toepassing, indien zij op het tijdstip van de indiening van het verzoek in Nederland woonplaats of werkelijk verblijf hebben.