BWBR0002761
Geldig vanaf 1971-10-01
Artikel 233
Burgerlijk Wetboek Boek 4
1. Verplichting tot inbreng betekent dat bij de verdeling van de nalatenschap de waarde van de gift in mindering komt van het aandeel van de tot inbreng verplichte erfgenaam in het hem en de erfgenamen, te wier behoeve de inbreng verplicht is, uit de nalatenschap toekomende gedeelte, vermeerderd met de onderling in te brengen bedragen. De waarde van de giften wordt berekend op de wijze als uit artikel 66voortvloeit; deze waarde wordt verhoogd met een rente van zes procent per jaar vanaf de dag dat de nalatenschap is opengevallen. De artikelen 68en 70 lid 3zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Inbreng is niet verplicht voor zover de waarde van de gift groter is dan het aandeel van de erfgenaam.
2. Inbreng is niet verplicht voor zover de waarde van de gift groter is dan het aandeel van de erfgenaam.