BWBR0002761
Geldig vanaf 1971-10-01
Artikel 91
Burgerlijk Wetboek Boek 4
1. Indien de erflater makingen of giften heeft gedaan aan een stiefkind, wordt in afwijking van de artikelen 80 tot en met 89op die makingen en giften niet ingekort, behoudens voorzover de waarde daarvan hoger is dan twee maal hetgeen de legitieme portie van een kind van de erflater had belopen, indien de door de erflater aldus bevoordeelde stiefkinderen diens eigen kinderen waren geweest. De in de eerste zin bedoelde waarde wordt vermeerderd met de waarde van hetgeen alsdan overeenkomstig artikel 70 lid 3met een gift gelijkgesteld zou worden.
2. Voorzover voor de in artikel 80bedoelde vordering van de legitimaris in verband met lid 1 niet overeenkomstig artikel 87kan worden ingekort, wordt deze verminderd.
3. De erflater kan bij een gift aan een stiefkind of bij uiterste wilsbeschikking bepalen dat lid 1 geheel of ten dele buiten toepassing blijft.
2. Voorzover voor de in artikel 80bedoelde vordering van de legitimaris in verband met lid 1 niet overeenkomstig artikel 87kan worden ingekort, wordt deze verminderd.
3. De erflater kan bij een gift aan een stiefkind of bij uiterste wilsbeschikking bepalen dat lid 1 geheel of ten dele buiten toepassing blijft.