BWBR0002682
Geldig vanaf 2002-07-01
Artikel 2f
Wet verontreiniging oppervlaktewateren
1. Bij algemene maatregel van bestuur worden met betrekking tot het vanaf schepen of drijvende werktuigen brengen van afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in oppervlaktewater regels gesteld die nodig zijn ter bescherming van het oppervlaktewater tegen verontreiniging.
2. Bij de in het eerste lid bedoelde maatregel kan worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
3. Tot de in het eerste lid bedoelde regels behoren in elk geval regels, inhoudende:
a. een verbod afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in oppervlaktewateren te brengen dan wel schepen te laden of te lossen of daaraan medewerking te geven, indien daarbij niet wordt voldaan aan de bij de maatregel gestelde eisen;
b. de vaststelling van een losstandaard die ten minste is vereist bij het ter beschikking stellen van schepen voor het vervoer van zaken;
c. administratieve verplichtingen in verband met het bepaalde in onderdeel a.
4. Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan het model worden vastgesteld van een formulier met betrekking waartoe een verplichting als bedoeld in het derde lid, onderdeel c, van kracht is.
2. Bij de in het eerste lid bedoelde maatregel kan worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
3. Tot de in het eerste lid bedoelde regels behoren in elk geval regels, inhoudende:
a. een verbod afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in oppervlaktewateren te brengen dan wel schepen te laden of te lossen of daaraan medewerking te geven, indien daarbij niet wordt voldaan aan de bij de maatregel gestelde eisen;
b. de vaststelling van een losstandaard die ten minste is vereist bij het ter beschikking stellen van schepen voor het vervoer van zaken;
c. administratieve verplichtingen in verband met het bepaalde in onderdeel a.
4. Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan het model worden vastgesteld van een formulier met betrekking waartoe een verplichting als bedoeld in het derde lid, onderdeel c, van kracht is.