BWBR0002682
Geldig vanaf 2002-07-01
Artikel 2c
Wet verontreiniging oppervlaktewateren
1. Bij een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 2akan - behoudens in gevallen waarin toepassing is gegeven aan artikel 2a, tweede lid- worden bepaald dat het orgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens artikel 1te verlenen, bij het verlenen of wijzigen van de vergunning met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen in de beperkingen waaronder de vergunning wordt verleend, of in de daaraan verbonden voorschriften van bij de maatregel gestelde regels kan afwijken. In dat geval wordt aangegeven in hoeverre het bevoegd gezag van de regels kan afwijken. Bij de maatregel kan tevens worden bepaald dat de bevoegdheid tot afwijken slechts geldt in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
2. Bij een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 2akan de verplichting worden opgelegd te voldoen aan nadere eisen met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen. Daarbij kan worden bepaald dat de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen slechts geldt in daarbij aangegeven categorieën van gevallen. Bij de maatregel wordt het bestuursorgaan aangegeven, dat die eisen kan stellen. Een nadere eis kan worden gesteld als beperking waaronder de vergunning wordt verleend, of als voorschrift dat daaraan wordt verbonden. Bij de maatregel worden de categorieën van gevallen aangegeven, waarin - voor zover dat niet gebeurt - van de beschikking waarbij de nadere eis wordt gesteld, mededeling wordt gedaan in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen.
3. Op een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 2amet betrekking tot het in oppervlaktewater brengen van grond en baggerspecie is artikel 12a, tweede tot en met vijfde lid, van de Wet bodembeschermingvan overeenkomstige toepassing.
4. Op een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 2ais artikel 8.42 van de Wet milieubeheervan overeenkomstige toepassing.
5. Bij een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 2aworden regels gesteld met betrekking tot hetgeen in verband met het gaan gelden van de maatregel regeling behoeft.
2. Bij een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 2akan de verplichting worden opgelegd te voldoen aan nadere eisen met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen. Daarbij kan worden bepaald dat de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen slechts geldt in daarbij aangegeven categorieën van gevallen. Bij de maatregel wordt het bestuursorgaan aangegeven, dat die eisen kan stellen. Een nadere eis kan worden gesteld als beperking waaronder de vergunning wordt verleend, of als voorschrift dat daaraan wordt verbonden. Bij de maatregel worden de categorieën van gevallen aangegeven, waarin - voor zover dat niet gebeurt - van de beschikking waarbij de nadere eis wordt gesteld, mededeling wordt gedaan in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen.
3. Op een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 2amet betrekking tot het in oppervlaktewater brengen van grond en baggerspecie is artikel 12a, tweede tot en met vijfde lid, van de Wet bodembeschermingvan overeenkomstige toepassing.
4. Op een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 2ais artikel 8.42 van de Wet milieubeheervan overeenkomstige toepassing.
5. Bij een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 2aworden regels gesteld met betrekking tot hetgeen in verband met het gaan gelden van de maatregel regeling behoeft.