BWBR0002579
Geldig vanaf 1996-06-05
Artikel 7
Wet opsporing delfstoffen
1. Onze Minister kan een vergunning op aanvraag van de houder wijzigen of intrekken. Artikel 6is van overeenkomstige toepassing.
2. Indien een aanvraag als bedoeld in het eerste lid strekt tot verlenging van het tijdvak waarvoor een vergunning geldt, wordt deze slechts ingewilligd indien het in de vergunning vastgestelde tijdvak onvoldoende is om de activiteiten, waarvoor de vergunning geldt, te voltooien en deze activiteiten zijn verricht in overeenstemming met de vergunning.
3. Onze Minister kan een vergunning anders dan op aanvraag intrekken, indien de houder een aan een vergunning verbonden voorschrift, waarbij is bepaald dat overtreding daarvan een grond is voor het intrekken van de vergunning, heeft overtreden, en, nadat Onze Minister hem schriftelijk heeft gewaarschuwd, zich voortdurend of opnieuw aan overtreding van dat voorschrift schuldig maakt of, zo het voorschrift een verplichting om te doen inhoudt, deze verplichting niet alsnog nakomt.
4. Onze Minister kan een vergunning anders dan op aanvraag intrekken, indien de vergunning niet langer nodig is voor de goede uitvoering van de activiteiten waarvoor zij geldt. Hij doet dit onder de genoemde omstandigheden in elk geval, indien het een vergunning voor koolwaterstoffen betreft.
2. Indien een aanvraag als bedoeld in het eerste lid strekt tot verlenging van het tijdvak waarvoor een vergunning geldt, wordt deze slechts ingewilligd indien het in de vergunning vastgestelde tijdvak onvoldoende is om de activiteiten, waarvoor de vergunning geldt, te voltooien en deze activiteiten zijn verricht in overeenstemming met de vergunning.
3. Onze Minister kan een vergunning anders dan op aanvraag intrekken, indien de houder een aan een vergunning verbonden voorschrift, waarbij is bepaald dat overtreding daarvan een grond is voor het intrekken van de vergunning, heeft overtreden, en, nadat Onze Minister hem schriftelijk heeft gewaarschuwd, zich voortdurend of opnieuw aan overtreding van dat voorschrift schuldig maakt of, zo het voorschrift een verplichting om te doen inhoudt, deze verplichting niet alsnog nakomt.
4. Onze Minister kan een vergunning anders dan op aanvraag intrekken, indien de vergunning niet langer nodig is voor de goede uitvoering van de activiteiten waarvoor zij geldt. Hij doet dit onder de genoemde omstandigheden in elk geval, indien het een vergunning voor koolwaterstoffen betreft.