BWBR0002579
Geldig vanaf 1996-06-05
Artikel 5a
Wet opsporing delfstoffen
1. Indien een aanvraag om een vergunning wordt ingediend, worden anderen in de gelegenheid gesteld om aanvragen om een soortgelijke vergunning in te dienen voor hetzelfde gebied. Hiertoe plaatst Onze Minister een uitnodiging in de Staatscourant.
2. Anderen kunnen aanvragen indienen gedurende dertien weken nadat de uitnodiging in de Staatscourant is geplaatst.
3. Indien het een aanvraag om een vergunning voor koolwaterstoffen betreft, wordt de uitnodiging tevens geplaatst in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. In dat geval wordt de in het tweede lid bedoelde termijn gerekend vanaf deze plaatsing.
4. Op de aanvragen wordt tegelijk beslist. De uitnodiging maakt melding van het bepaalde in artikel 5b.
5. Het eerste tot en met het vierde lid gelden niet ingeval een aanvraag wordt ingediend binnen twee jaar na de indiening van een aanvraag om een vergunning voor dezelfde delfstof voor hetzelfde gebied, zonder dat op die aanvraag of op aanvragen van anderen als bedoeld in het tweede lid een vergunning is verleend. Onze Minister deelt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen mede op welke gebieden de eerste volzin van toepassing is met betrekking tot vergunningen voor koolwaterstoffen.
6. Ten aanzien van overeenkomstig het tweede lid ingediende aanvragen wordt niet opnieuw toepassing gegeven aan het eerste tot en met het vierde lid.
2. Anderen kunnen aanvragen indienen gedurende dertien weken nadat de uitnodiging in de Staatscourant is geplaatst.
3. Indien het een aanvraag om een vergunning voor koolwaterstoffen betreft, wordt de uitnodiging tevens geplaatst in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. In dat geval wordt de in het tweede lid bedoelde termijn gerekend vanaf deze plaatsing.
4. Op de aanvragen wordt tegelijk beslist. De uitnodiging maakt melding van het bepaalde in artikel 5b.
5. Het eerste tot en met het vierde lid gelden niet ingeval een aanvraag wordt ingediend binnen twee jaar na de indiening van een aanvraag om een vergunning voor dezelfde delfstof voor hetzelfde gebied, zonder dat op die aanvraag of op aanvragen van anderen als bedoeld in het tweede lid een vergunning is verleend. Onze Minister deelt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen mede op welke gebieden de eerste volzin van toepassing is met betrekking tot vergunningen voor koolwaterstoffen.
6. Ten aanzien van overeenkomstig het tweede lid ingediende aanvragen wordt niet opnieuw toepassing gegeven aan het eerste tot en met het vierde lid.