BWBR0002579
Geldig vanaf 1996-06-05
Artikel 2
Wet opsporing delfstoffen
1. Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister binnen het gebied, waarop de wet van 21 april 1810 (Bulletin des Lois 285)van toepassing is, boringen te verrichten.
2. Het eerste lid geldt niet ten aanzien van het verrichten van boringen door de houder van een krachtens de in dat lid genoemde wet verleende concessie in het gebied, waarvoor die concessie geldt, voor zover daarmede niet wordt beoogd het aantonen van de aanwezigheid van in de concessie niet vermelde delfstoffen.
3. Het eerste lid geldt mede niet ten aanzien van het verrichten van boringen, waarmede niet wordt beoogd het aantonen van de aanwezigheid van delfstoffen.
2. Het eerste lid geldt niet ten aanzien van het verrichten van boringen door de houder van een krachtens de in dat lid genoemde wet verleende concessie in het gebied, waarvoor die concessie geldt, voor zover daarmede niet wordt beoogd het aantonen van de aanwezigheid van in de concessie niet vermelde delfstoffen.
3. Het eerste lid geldt mede niet ten aanzien van het verrichten van boringen, waarmede niet wordt beoogd het aantonen van de aanwezigheid van delfstoffen.