BWBR0002365
Geldig vanaf 1962-03-23
Artikel 20
Rijkssubsidieregeling voor het algemeen maatschappelijk werk
1. De voor subsidie in aanmerking komende apparaatskosten worden gesteld op f 850,— per jaar per functionaris en supervisor in vast dienstverband.
2. Indien de instelling uitgaven doet voortvloeiende uit het regelmatig gebruik door de functionaris(sen) van een gemotoriseerd vervoermiddel (bromfiets, scooter/motorrijwiel of auto) kan het bedrag van de apparaatskosten worden verhoogd met:
a. f 150,— voor het gebruik van een bromfiets;
b. f 450,— voor het gebruik van een scooter of motorrijwiel;
c. f 1650,— voor het gebruik van een auto.
3. Indien het gemotoriseerd vervoermiddel niet het gehele jaar is gebruikt, wordt het subsidie in evenredigheid tot het aantal maanden gebruik verminderd.
4. Subsidie in de kosten verbonden aan het gebruik van een auto wordt alleen verleend, indien de minister het gebruik daarvan noodzakelijk acht.
2. Indien de instelling uitgaven doet voortvloeiende uit het regelmatig gebruik door de functionaris(sen) van een gemotoriseerd vervoermiddel (bromfiets, scooter/motorrijwiel of auto) kan het bedrag van de apparaatskosten worden verhoogd met:
a. f 150,— voor het gebruik van een bromfiets;
b. f 450,— voor het gebruik van een scooter of motorrijwiel;
c. f 1650,— voor het gebruik van een auto.
3. Indien het gemotoriseerd vervoermiddel niet het gehele jaar is gebruikt, wordt het subsidie in evenredigheid tot het aantal maanden gebruik verminderd.
4. Subsidie in de kosten verbonden aan het gebruik van een auto wordt alleen verleend, indien de minister het gebruik daarvan noodzakelijk acht.