BWBR0002365
Geldig vanaf 1962-03-23
Artikel 11
Rijkssubsidieregeling voor het algemeen maatschappelijk werk
Van de functionarissen dient:
a. de leidinggevend maatschappelijk werker in het bezit te zijn van het diploma, gedurende vijf jaar werkzaam te zijn geweest in het algemeen maatschappelijk werk of in een daarmede gelijk te stellen vorm van maatschappelijk gezinswerk en in het bezit te zijn van het diploma van een der voortgezette opleidingen, genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage 2;
b. de maatschappelijk werker in het bezit te zijn van het diploma;
c. de candidaat-maatschappelijk werker een urgentie-opleiding van maatschappelijk werkers, verbonden aan een ingevolge de Nijverheidsonderwijswet gesubsidieerde school voor maatschappelijk werk, te volgen;
d. de assisterende beroepskracht in het bezit te zijn van het getuigschrift.
a. de leidinggevend maatschappelijk werker in het bezit te zijn van het diploma, gedurende vijf jaar werkzaam te zijn geweest in het algemeen maatschappelijk werk of in een daarmede gelijk te stellen vorm van maatschappelijk gezinswerk en in het bezit te zijn van het diploma van een der voortgezette opleidingen, genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage 2;
b. de maatschappelijk werker in het bezit te zijn van het diploma;
c. de candidaat-maatschappelijk werker een urgentie-opleiding van maatschappelijk werkers, verbonden aan een ingevolge de Nijverheidsonderwijswet gesubsidieerde school voor maatschappelijk werk, te volgen;
d. de assisterende beroepskracht in het bezit te zijn van het getuigschrift.