BWBR0002358
Geldig vanaf 1961-12-01
Artikel 3
Instellingsbesluit bedrijfschap bakkersbedrijf
1. Het bedrijfschap heeft voor de aangelegenheden, welke de regeling van het in artikel 4, onder c, genoemde onderwerp betreffen, een orgaan als bedoeld in artikel 88 avan de wet, genaamd Commissie Aangelegenheden Wederverkopers.
2. De leden van het orgaan worden benoemd door de organisaties van ondernemers en van werknemers, daartoe aangewezen door de Sociaal-Economische Raad. Voor aanwijzing komen slechts in aanmerking naar het oordeel van de raad representatieve organisaties van de betrokken ondernemers en van de betrokken werknemers, welke verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid zijn.
3. De organisaties zijn bevoegd voor elk lid, dat zij benoemen, tevens een plaatsvervanger te benoemen.
4. De Sociaal-Economische Raad bepaalt het aantal leden van het orgaan, alsmede het aantal leden dat elke aangewezen organisatie kan benoemen, in dier voege dat het aantal leden, te benoemen door organisaties welke ook zijn aangewezen tot het benoemen van bestuursleden van het bedrijfschap, gelijk is aan het aantal leden, te benoemen door organisaties, welke niet als zodanig zijn aangewezen.
5. Het bestuur van het bedrijfschap benoemt, onder goedkeuring van de Sociaal-Economische Raad, de voorzitter van het orgaan buiten de leden van het bestuur en van het orgaan.
6. De zittingsperiode van de voorzitter en van de leden van het orgaan valt samen met die van het bestuur van het bedrijfschap.
2. De leden van het orgaan worden benoemd door de organisaties van ondernemers en van werknemers, daartoe aangewezen door de Sociaal-Economische Raad. Voor aanwijzing komen slechts in aanmerking naar het oordeel van de raad representatieve organisaties van de betrokken ondernemers en van de betrokken werknemers, welke verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid zijn.
3. De organisaties zijn bevoegd voor elk lid, dat zij benoemen, tevens een plaatsvervanger te benoemen.
4. De Sociaal-Economische Raad bepaalt het aantal leden van het orgaan, alsmede het aantal leden dat elke aangewezen organisatie kan benoemen, in dier voege dat het aantal leden, te benoemen door organisaties welke ook zijn aangewezen tot het benoemen van bestuursleden van het bedrijfschap, gelijk is aan het aantal leden, te benoemen door organisaties, welke niet als zodanig zijn aangewezen.
5. Het bestuur van het bedrijfschap benoemt, onder goedkeuring van de Sociaal-Economische Raad, de voorzitter van het orgaan buiten de leden van het bestuur en van het orgaan.
6. De zittingsperiode van de voorzitter en van de leden van het orgaan valt samen met die van het bestuur van het bedrijfschap.