BWBR0002339
Geldig vanaf 2004-10-26
Artikel 6a
Waterleidingbesluit
1. De eigenaar, die gebruik maakt van grondwater, oppervlaktewater, of een daaruit vervaardigd halffabrikaat ten behoeve van de bereiding van leidingwater, neemt bij het opstellen van het meetprogramma, bedoeld in artikel 6, eerste lid, tevens tabel III van bijlage Bin acht.
2. De eigenaar die gebruik maakt van oppervlaktewater ten behoeve van de bereiding van leidingwater:
a. verricht het onderzoek of neemt de monsters daarvoor op een plaats die representatief is voor de waterkwaliteit op het punt waar het oppervlaktewater vóór de zuiveringsbehandeling wordt onttrokken en
b. kiest met betrekking tot de parameters temperatuur, zuurgraad en zuurstof-opgelost, een zodanig tijdstip dat de uitkomsten van het onderzoek representatief zijn voor het etmaalgemiddelde over de dag waarop het onderzoek plaatsvindt.
Indien en zo lang als geen gevolg is gegeven aan een op grond van artikel 6, eerste lid, bestaande verplichting tot het opstellen van een meetprogramma, verricht de eigenaar, bedoeld in het eerste lid, metingen overeenkomstig de in bijlage Bopgenomen tabel III, tenzij de toezichthouder anders bepaalt.
3. De toezichthouder kan bepalen dat:
a. door hem aangegeven parameters, genoemd in tabel III van bijlage B, frequenter worden onderzocht dan aldaar is aangegeven;
b. door hem aangegeven parameters van groep II, genoemd in tabel III van bijlage B, minder frequent worden onderzocht dan aldaar is aangegeven;
c. andere dan in tabel III van bijlage B genoemde, door hem aangegeven parameters, onderzocht worden indien dat naar zijn oordeel van belang is voor het verkrijgen van voldoende inzicht in de kwaliteit van het water.
2. De eigenaar die gebruik maakt van oppervlaktewater ten behoeve van de bereiding van leidingwater:
a. verricht het onderzoek of neemt de monsters daarvoor op een plaats die representatief is voor de waterkwaliteit op het punt waar het oppervlaktewater vóór de zuiveringsbehandeling wordt onttrokken en
b. kiest met betrekking tot de parameters temperatuur, zuurgraad en zuurstof-opgelost, een zodanig tijdstip dat de uitkomsten van het onderzoek representatief zijn voor het etmaalgemiddelde over de dag waarop het onderzoek plaatsvindt.
Indien en zo lang als geen gevolg is gegeven aan een op grond van artikel 6, eerste lid, bestaande verplichting tot het opstellen van een meetprogramma, verricht de eigenaar, bedoeld in het eerste lid, metingen overeenkomstig de in bijlage Bopgenomen tabel III, tenzij de toezichthouder anders bepaalt.
3. De toezichthouder kan bepalen dat:
a. door hem aangegeven parameters, genoemd in tabel III van bijlage B, frequenter worden onderzocht dan aldaar is aangegeven;
b. door hem aangegeven parameters van groep II, genoemd in tabel III van bijlage B, minder frequent worden onderzocht dan aldaar is aangegeven;
c. andere dan in tabel III van bijlage B genoemde, door hem aangegeven parameters, onderzocht worden indien dat naar zijn oordeel van belang is voor het verkrijgen van voldoende inzicht in de kwaliteit van het water.