BWBR0002339
Geldig vanaf 2004-10-26
Artikel 17e
Waterleidingbesluit
1. Onze Minister kan ontheffing verlenen van het in artikel 17c, eerste lid, gestelde verbod indien:
a. de eigenaar een zodanige behandeling - met inbegrip van menging - van het water kan toepassen dat het bereide leidingwater voldoet aan de in dit besluit ten aanzien van leidingwater gestelde eisen;
b. de eigenaar is aangewezen op oppervlaktewater dat niet voldoet aan kwaliteitsklasse III, en het gebruik van dat water geen onaanvaardbaar risico voor de volksgezondheid meebrengt.
2. Onze Minister kan voorts, indien het belang van de volksgezondheid zich daartegen niet verzet, ontheffing verlenen van de in artikel 17cgestelde verboden:
a. indien overschrijding van de in bijlage D genoemde waarden het gevolg is van de natuurlijke gesteldheid van de bodem en de invloed daarvan op het water.
b. in de in bijlage D aangegeven gevallen: - indien overschrijding van de waarden plaatsvindt bij oppervlaktewater uit meren met een diepte van ten hoogste 20 meter, waarin de vervanging van het water meer dan een jaar in beslag neemt en waarin geen afvalwater wordt geloosd;
- indien de overschrijding van de waarden het gevolg is van uitzonderlijke geografische omstandigheden.
- indien overschrijding van de waarden plaatsvindt bij oppervlaktewater uit meren met een diepte van ten hoogste 20 meter, waarin de vervanging van het water meer dan een jaar in beslag neemt en waarin geen afvalwater wordt geloosd;
- indien de overschrijding van de waarden het gevolg is van uitzonderlijke geografische omstandigheden.
a. de eigenaar een zodanige behandeling - met inbegrip van menging - van het water kan toepassen dat het bereide leidingwater voldoet aan de in dit besluit ten aanzien van leidingwater gestelde eisen;
b. de eigenaar is aangewezen op oppervlaktewater dat niet voldoet aan kwaliteitsklasse III, en het gebruik van dat water geen onaanvaardbaar risico voor de volksgezondheid meebrengt.
2. Onze Minister kan voorts, indien het belang van de volksgezondheid zich daartegen niet verzet, ontheffing verlenen van de in artikel 17cgestelde verboden:
a. indien overschrijding van de in bijlage D genoemde waarden het gevolg is van de natuurlijke gesteldheid van de bodem en de invloed daarvan op het water.
b. in de in bijlage D aangegeven gevallen: - indien overschrijding van de waarden plaatsvindt bij oppervlaktewater uit meren met een diepte van ten hoogste 20 meter, waarin de vervanging van het water meer dan een jaar in beslag neemt en waarin geen afvalwater wordt geloosd;
- indien de overschrijding van de waarden het gevolg is van uitzonderlijke geografische omstandigheden.
- indien overschrijding van de waarden plaatsvindt bij oppervlaktewater uit meren met een diepte van ten hoogste 20 meter, waarin de vervanging van het water meer dan een jaar in beslag neemt en waarin geen afvalwater wordt geloosd;
- indien de overschrijding van de waarden het gevolg is van uitzonderlijke geografische omstandigheden.