BWBR0002339
Geldig vanaf 2004-10-26
Artikel 5
Waterleidingbesluit
1. De eigenaar draagt zorg, op de wijze en in de mate, welke redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd, dat:
1°. de middelen tot winning, behandeling, opslag, transport en distributie van water zo zijn ingericht, worden gebruikt en onderhouden, dat geen verontreiniging van het water plaatsvindt;
2°. het distributienet zo is ingericht, dat gebreken geredelijk kunnen worden opgeheven onder zo gering mogelijke belemmering van de distributie;
3°. het leidingnet van een collectieve watervoorziening, voor zover dat geen deel uitmaakt van een gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet, voldoet aan NEN 1006, bedoeld in de Regeling Bouwbesluit 2003;
4°. van de middelen tot winning, behandeling, opslag, transport en distributie van water tekeningen beschikbaar zijn, waarop de ligging en inrichting daarvan zijn aangegeven;
5°. de werkzaamheden in het bedrijf zo worden verricht, dat geen verontreiniging van het water plaatsvindt;
6e. de middelen tot opslag, transport en distributie van leidingwater na het verrichten van werkzaamheden daaraan zo worden ontsmet of gereinigd dat daarbij opgetreden verontreinigingen geheel onschadelijk gemaakt of verwijderd worden.
2. Het eerste lid, onder 2°, geldt niet voor de eigenaar van een collectieve watervoorziening.
3. Het eerste lid, aanhef en onder 3°, is van overeenkomstige toepassing op de eigenaar van een collectief leidingnet, voor zover dat geen deel uitmaakt van een gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet.
1°. de middelen tot winning, behandeling, opslag, transport en distributie van water zo zijn ingericht, worden gebruikt en onderhouden, dat geen verontreiniging van het water plaatsvindt;
2°. het distributienet zo is ingericht, dat gebreken geredelijk kunnen worden opgeheven onder zo gering mogelijke belemmering van de distributie;
3°. het leidingnet van een collectieve watervoorziening, voor zover dat geen deel uitmaakt van een gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet, voldoet aan NEN 1006, bedoeld in de Regeling Bouwbesluit 2003;
4°. van de middelen tot winning, behandeling, opslag, transport en distributie van water tekeningen beschikbaar zijn, waarop de ligging en inrichting daarvan zijn aangegeven;
5°. de werkzaamheden in het bedrijf zo worden verricht, dat geen verontreiniging van het water plaatsvindt;
6e. de middelen tot opslag, transport en distributie van leidingwater na het verrichten van werkzaamheden daaraan zo worden ontsmet of gereinigd dat daarbij opgetreden verontreinigingen geheel onschadelijk gemaakt of verwijderd worden.
2. Het eerste lid, onder 2°, geldt niet voor de eigenaar van een collectieve watervoorziening.
3. Het eerste lid, aanhef en onder 3°, is van overeenkomstige toepassing op de eigenaar van een collectief leidingnet, voor zover dat geen deel uitmaakt van een gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet.