BWBR0002240
Geldig vanaf 1957-01-01
Artikel 7
Algemene toeslagwet voor gepensioneerde militairen 1956
1. Indien toepassing van deze wet tot gevolg zou hebben, dat het pensioen, zonder de verhoging, bedoeld in de artikelen 19der Pensioenwetten voor de zee- en landmacht 1922 en der Pensioenwetten voor het personeel der Koninklijke marine-reserve en het reserve-personeel der landmacht 1923 , vermeerderd met de bij dat pensioen behorende algemene toeslag, zou overschrijden het pensioensbedrag, dat bereikbaar is bij verhoging van de pensioensgrondslag met het verhogingspercentage van het pensioen en met inachtneming van de gunstigste pensioenberekening, wordt de algemene toeslag zoveel verminderd als nodig is om die overschrijding te voorkomen.
2. Indien het totaal van het pensioen, bedoeld in het eerste lid, van de daarbij behorende algemene toeslag, eventueel overeenkomstig dat lid verminderd, van de verhoging krachtens de in dat lid genoemde artikelen 19 en van het bij die verhoging behorende deel van de algemene toeslag, zou overschrijden de in de militaire pensioenwetgeving geldende algemene maxima, wordt het bij bedoelde verhoging behorende deel van de algemene toeslag zoveel verminderd als nodig is om die overschrijding te voorkomen.
3. Door de verminderingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, mag het totaal van het pensioen en de algemene toeslag niet dalen beneden het in artikel 15, eerste lid, bedoelde totaal van pensioen, toeslagen en extra bijslag, waarop op de dag voorafgaande aan het tijdstip van het in werking treden van deze wet aanspraak bestond.
2. Indien het totaal van het pensioen, bedoeld in het eerste lid, van de daarbij behorende algemene toeslag, eventueel overeenkomstig dat lid verminderd, van de verhoging krachtens de in dat lid genoemde artikelen 19 en van het bij die verhoging behorende deel van de algemene toeslag, zou overschrijden de in de militaire pensioenwetgeving geldende algemene maxima, wordt het bij bedoelde verhoging behorende deel van de algemene toeslag zoveel verminderd als nodig is om die overschrijding te voorkomen.
3. Door de verminderingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, mag het totaal van het pensioen en de algemene toeslag niet dalen beneden het in artikel 15, eerste lid, bedoelde totaal van pensioen, toeslagen en extra bijslag, waarop op de dag voorafgaande aan het tijdstip van het in werking treden van deze wet aanspraak bestond.