BWBR0002126
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 12
Coördinatiewet Sociale Verzekering
1. Indien een werkgever niet, niet juist of niet volledig voldoet aan een op grond van artikel 10, tweede lid, gestelde verplichting stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ambtshalve het verschuldigde of het alsnog verschuldigde bedrag aan premie of voorschotpremie vast.
2. Indien de werkgever niet, niet juist of niet volledig voldoet aan een op grond van artikel 10, tweede lid, geldende verplichting legt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem een boete op van ten hoogste 10% van het verschuldigde of het alsnog verschuldigde bedrag aan premie of voorschotpremie.
3. Indien het aan opzet of grove schuld van de werkgever is te wijten dat niet, niet juist of niet volledig is voldaan aan een op grond van artikel 10, tweede lid, geldende verplichting, legt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem een boete op van ten hoogste 100% van het verschuldigde of het alsnog verschuldigde bedrag aan premie of voorschotpremie.
4. De hoogte van de boete wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de werkgever de gedraging verweten kan worden en de omstandigheden waarin de werkgever verkeert. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten van het opleggen van een boete af te zien. Van het opleggen van een boete wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. De boete, bedoeld in het derde lid, wordt niet opgelegd indien de werkgever alsnog juist en volledig voldoet aan de op grond van artikel 10, tweede lid, voor hem geldende verplichting voordat hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen met de onjuistheid of onvolledigheid bekend is of bekend zal worden.
5. Voor de toepassing van deze wet wordt een krachtens het tweede of derde lid opgelegde boete als premie beschouwd, tenzij in deze wet anders is bepaald. De toerekening van de krachtens het tweede en derde lid opgelegde boeten geschiedt naar evenredigheid van de ingevolge de verschillende sociale verzekeringswetten vastgestelde premiebedragen.
6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het tweede, derde en vierde lid.
2. Indien de werkgever niet, niet juist of niet volledig voldoet aan een op grond van artikel 10, tweede lid, geldende verplichting legt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem een boete op van ten hoogste 10% van het verschuldigde of het alsnog verschuldigde bedrag aan premie of voorschotpremie.
3. Indien het aan opzet of grove schuld van de werkgever is te wijten dat niet, niet juist of niet volledig is voldaan aan een op grond van artikel 10, tweede lid, geldende verplichting, legt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem een boete op van ten hoogste 100% van het verschuldigde of het alsnog verschuldigde bedrag aan premie of voorschotpremie.
4. De hoogte van de boete wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de werkgever de gedraging verweten kan worden en de omstandigheden waarin de werkgever verkeert. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten van het opleggen van een boete af te zien. Van het opleggen van een boete wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. De boete, bedoeld in het derde lid, wordt niet opgelegd indien de werkgever alsnog juist en volledig voldoet aan de op grond van artikel 10, tweede lid, voor hem geldende verplichting voordat hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen met de onjuistheid of onvolledigheid bekend is of bekend zal worden.
5. Voor de toepassing van deze wet wordt een krachtens het tweede of derde lid opgelegde boete als premie beschouwd, tenzij in deze wet anders is bepaald. De toerekening van de krachtens het tweede en derde lid opgelegde boeten geschiedt naar evenredigheid van de ingevolge de verschillende sociale verzekeringswetten vastgestelde premiebedragen.
6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het tweede, derde en vierde lid.