BWBR0001925
Geldig vanaf 1926-02-01
Artikel 8
Zuiderzeesteunwet 1925
1. De credietverleening kan door Ons worden opgedragen aan eene instelling, die zich daarmede in het bijzonder, met inachtneming van door Ons te geven voorschriften belast, in welk geval het Rijk volledig garant blijft voor de geldelijke nadeelen, welke uit de credietverleening mochten voortvloeien.
2. Vorderingen aan kapitaal en verschuldigde renten, welke de in het vorige lid bedoelde instelling niet heeft kunnen innen, gaan van rechtswege op het Rijk over.
3. Zolang een opdracht, als in het eerste lid van dit artikel bedoeld, niet wordt verstrekt, zal de credietverlening door of namens Onze Minister geschieden.
2. Vorderingen aan kapitaal en verschuldigde renten, welke de in het vorige lid bedoelde instelling niet heeft kunnen innen, gaan van rechtswege op het Rijk over.
3. Zolang een opdracht, als in het eerste lid van dit artikel bedoeld, niet wordt verstrekt, zal de credietverlening door of namens Onze Minister geschieden.