BWBR0001925
Geldig vanaf 1926-02-01
Artikel 10
Zuiderzeesteunwet 1925
1. Is het verschuldigde niet binnen den bepaalden tijd voldaan, dan wordt daarvan door of vanwege Onzen Minister kennis gegeven aan den Ontvanger der directe belastingen onder wiens kantoor de schuldenaar gevestigd is. De Ontvanger zendt aan dezen eene aanmaning om binnen tien dagen aan zijne verplichting tot betaling te voldoen, onder kennisgeving, dat hij daartoe anders door middelen, bij de wet bepaald, zal worden gedwongen. In de aanmaning wordt het bedrag der vordering, zooveel mogelijk gespecificeerd, vermeld.
2. Wordt aan deze aanmaning niet voldaan, dan vaardigt de Ontvanger een dwangbevel uit, medebrengende het recht van parate executie.
3. Het dwangbevel wordt beteekend en ten uitvoer gelegd op de wijze, bij het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvorderingten aanzien van vonnissen en authentieke akten voorgeschreven, en kan in het geheele Rijk ten uitvoer worden gelegd.
4. De beteekening en de tenuitvoerlegging van de dwangbevelen geschieden door ambtenaren der directe belastingen.
5. Na de beteekening van het dwangbevel kan uitsluitend worden betaald ten kantore, waaraan de ambtenaar, houder van het dwangbevel, verbonden is of, bij inbeslagneming, in handen van dien ambtenaar.
6. De kosten van vervolging worden berekend volgens de bepalingen, betrekkelijk de kosten van vervolging inzake directe belastingen. Het recht van parate executie strekt zich uit tot deze kosten.
7. Verzet tegen de tenuitvoerlegging van de dwangbevelen kan niet tegen de wettigheid of de hoegrootheid van de vordering zijn gericht, noch gegrond zijn op de bewering, dat de aanmaning niet zou zijn ontvangen.
2. Wordt aan deze aanmaning niet voldaan, dan vaardigt de Ontvanger een dwangbevel uit, medebrengende het recht van parate executie.
3. Het dwangbevel wordt beteekend en ten uitvoer gelegd op de wijze, bij het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvorderingten aanzien van vonnissen en authentieke akten voorgeschreven, en kan in het geheele Rijk ten uitvoer worden gelegd.
4. De beteekening en de tenuitvoerlegging van de dwangbevelen geschieden door ambtenaren der directe belastingen.
5. Na de beteekening van het dwangbevel kan uitsluitend worden betaald ten kantore, waaraan de ambtenaar, houder van het dwangbevel, verbonden is of, bij inbeslagneming, in handen van dien ambtenaar.
6. De kosten van vervolging worden berekend volgens de bepalingen, betrekkelijk de kosten van vervolging inzake directe belastingen. Het recht van parate executie strekt zich uit tot deze kosten.
7. Verzet tegen de tenuitvoerlegging van de dwangbevelen kan niet tegen de wettigheid of de hoegrootheid van de vordering zijn gericht, noch gegrond zijn op de bewering, dat de aanmaning niet zou zijn ontvangen.