BWBR0001905
Geldig vanaf 1921-08-30
Artikel 25
Verenwet
1. De rechtsvordering wordt aangebracht bij de rechtbank of een van de rechtbanken binnen het rechtsgebied waarvan het veer geheel of ten dele is gelegen.
2. Indien een van de te dagvaarden personen buiten het Koninkrijk woont, geen bekende woonplaats heeft, of vóór of na de dagvaarding overlijdt, wordt het geding gevoerd of voortgezet tegen een bijzondere bewindvoerder die op verzoek van de eiser wordt benoemd door de rechtbank waarbij de vordering wordt aangebracht.
3. De bewindvoerder moet wonen binnen het rechtsgebied van deze rechtbank en geniet het loon van een bewindvoerder van een afwezige.
4. Hij die door de bewindvoerder vertegenwoordigd wordt, is steeds bevoegd het geding van de bewindvoerder over te nemen en deze buiten het geding te doen stellen.
2. Indien een van de te dagvaarden personen buiten het Koninkrijk woont, geen bekende woonplaats heeft, of vóór of na de dagvaarding overlijdt, wordt het geding gevoerd of voortgezet tegen een bijzondere bewindvoerder die op verzoek van de eiser wordt benoemd door de rechtbank waarbij de vordering wordt aangebracht.
3. De bewindvoerder moet wonen binnen het rechtsgebied van deze rechtbank en geniet het loon van een bewindvoerder van een afwezige.
4. Hij die door de bewindvoerder vertegenwoordigd wordt, is steeds bevoegd het geding van de bewindvoerder over te nemen en deze buiten het geding te doen stellen.