BWBR0001882
Geldig vanaf 1912-09-01
Artikel 23
Rompwet instellingen van weldadigheid
1. De beschikbare gelden worden belegd, hetzij op de wijze bij de wet aangewezen voor de belegging van gelden van Rijksfondsen en -instellingen, hetzij, onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten, in onroerende zaken. Voor belegging in schuldvorderingen, gewaarborgd door het recht van eerste hypotheek op onroerende zaken, wordt mede de goedkeuring van Gedeputeerde Staten vereischt.
2. Fondsen die niet ten name van eene instelling staan, worden door haar in bewaring gegeven bij de Nederlandsche Bank.
3. In bijzondere gevallen kunnen, onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten, beschikbare gelden worden belegd op andere wijze, dan in het eerste lid is voorgeschreven en kunnen fondsen, als bedoeld in het tweede lid, in bewaring worden gegeven elders dan in laatstbedoeld lid is bepaald.
4. Belegging van kasgeld behoeft goedkeuring van Gedeputeerde Staten.
2. Fondsen die niet ten name van eene instelling staan, worden door haar in bewaring gegeven bij de Nederlandsche Bank.
3. In bijzondere gevallen kunnen, onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten, beschikbare gelden worden belegd op andere wijze, dan in het eerste lid is voorgeschreven en kunnen fondsen, als bedoeld in het tweede lid, in bewaring worden gegeven elders dan in laatstbedoeld lid is bepaald.
4. Belegging van kasgeld behoeft goedkeuring van Gedeputeerde Staten.