BWBR0001882
Geldig vanaf 1912-09-01
Artikel 13
Rompwet instellingen van weldadigheid
1. De besturen van de instellingen van weldadigheid zenden jaarlijks aan den armenraad en, bij gebreke daarvan, aan Burgemeester en Wethouders, binnen een door Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken vast te stellen termijn, opgaven van het aantal bedeelden of verpleegden, van de inkomsten uit bezittingen, makingen, collecten, subsidies of andere vrijwillige bijdragen alsmede van de uitgaven voor onderstand van allerlei aard, voor beheer en voor andere doeleinden gedurende het laatst afgeloopen dienst- of kalenderjaar.
2. De besturen van de burgerlijke en gemengde instellingen verstrekken bovendien alle opgaven, door Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken gevraagd.
3. De opgaven van het aantal bedeelden en verpleegden en van de uitgaven voor onderstand van allerlei aard worden verstrekt naar eene bij algemeenen maatregel van bestuur vast te stellen indeeling.
4. De opgaven, in dit artikel bedoeld, worden door den armenraad of door Burgemeester en Wethouders gezonden aan Onzen voornoemden Minister.
2. De besturen van de burgerlijke en gemengde instellingen verstrekken bovendien alle opgaven, door Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken gevraagd.
3. De opgaven van het aantal bedeelden en verpleegden en van de uitgaven voor onderstand van allerlei aard worden verstrekt naar eene bij algemeenen maatregel van bestuur vast te stellen indeeling.
4. De opgaven, in dit artikel bedoeld, worden door den armenraad of door Burgemeester en Wethouders gezonden aan Onzen voornoemden Minister.