BWBR0001882
Geldig vanaf 1912-09-01
Artikel 20
Rompwet instellingen van weldadigheid
1. Voor eene burgerlijke instelling wordt een reglement vastgesteld door den gemeenteraad, voor zoover te dien aanzien in de statuten of in den stichtingsbrief niet eene andere regeling is getroffen. De oprichting van nieuwe instellingen van dien aard geschiedt krachtens een besluit van den gemeenteraad.
2. Voor eene gemengde instelling wordt een reglement vastgesteld door den gemeenteraad, of, indien de mede-regeling is opgedragen aan eene andere burgerlijke overheid, door deze, en het bevoegd kerkelijk of bijzonder bestuur gezamenlijk, voor zoover te dien aanzien in de statuten of in den stichtingsbrief niet eene andere regeling is getroffen. De oprichting van nieuwe instellingen van dien aard geschiedt op gelijke wijze.
3. Het reglement, bedoeld in het eerste en in het tweede lid, behoeft de instemming van Gedeputeerde Staten.
4. De beslissing van Gedeputeerde Staten wordt aan den armenraad en aan het bestuur van de instelling medegedeeld.
2. Voor eene gemengde instelling wordt een reglement vastgesteld door den gemeenteraad, of, indien de mede-regeling is opgedragen aan eene andere burgerlijke overheid, door deze, en het bevoegd kerkelijk of bijzonder bestuur gezamenlijk, voor zoover te dien aanzien in de statuten of in den stichtingsbrief niet eene andere regeling is getroffen. De oprichting van nieuwe instellingen van dien aard geschiedt op gelijke wijze.
3. Het reglement, bedoeld in het eerste en in het tweede lid, behoeft de instemming van Gedeputeerde Staten.
4. De beslissing van Gedeputeerde Staten wordt aan den armenraad en aan het bestuur van de instelling medegedeeld.