BWBR0001880
Geldig vanaf 1910-12-12
Artikel 51
Pandhuiswet 1910
1. Hij, die weigert, den rechtmatigen houder van een pandbewijs tot lossing van het pand toe te laten; die een pand verkoopt binnen den termijn, ingevolge art. 20, letter d, op het pandbewijs vermeld; die in het geval, bedoeld in art. 21, tweede lid, het pand niet tegen ontvangst van het verschuldigde terug geeft; of die weigert, het bedrag, bedoeld in art. 20, letter e, aan den rechthebbende uit te keeren, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de eerste categorie.
2. Met gelijke straf wordt gestraft hij, die handelt in strijd met het bepaalde in art. 35, eerste lid, of met een besluit, vastgesteld ingevolge art. 37, letter c.
2. Met gelijke straf wordt gestraft hij, die handelt in strijd met het bepaalde in art. 35, eerste lid, of met een besluit, vastgesteld ingevolge art. 37, letter c.