BWBR0001876
Geldig vanaf 1909-09-27
Artikel 42
Schepenwet
1. Wanneer de behandeling van eene zaak voor den Raad is afgeloopen, wordt door den voorzitter van den Raad in het openbaar uitspraak gedaan.
2. Deze uitspraak moet een overzicht bevatten van den gang van het gehouden onderzoek.
3. Is door den Raad krachtens het bepaalde in artikel 36eene bevoegdheid ontnomen, of heeft de Raad tot het ontnemen van eene bevoegdheid niet besloten, hoewel het hoofd van de scheepvaartinspectie daartoe heeft geraden, dan worden aan dit deel van het onderzoek in de uitspraak afzonderlijke overwegingen gewijd.
4. Een gewaarmerkt afschrift van de uitspraak wordt zoo spoedig mogelijk aan Onzen Minister en aan het hoofd van de scheepvaartinspectie toegezonden.
5. De uitspraken worden op door Ons te bepalen wijze openbaar gemaakt.
6. Indien de uitspraak van een Commissie als bedoeld in artikel 26bisdoet vermoeden, dat zich een der gevallen, bedoeld in artikel 34, eerste liden artikel 48, eerste en tweede lid, voordoet en zich geen geval voordoet, waarin de Raad voor de Scheepvaart de zaak heeft terugverwezen naar de betrokken Commissie, handelt het hoofd van de scheepvaartinspectie als in artikel 29is aangegeven voor een schip, niet varende met een zeebrief van Aruba, Curaçao of Sint Maarten.
2. Deze uitspraak moet een overzicht bevatten van den gang van het gehouden onderzoek.
3. Is door den Raad krachtens het bepaalde in artikel 36eene bevoegdheid ontnomen, of heeft de Raad tot het ontnemen van eene bevoegdheid niet besloten, hoewel het hoofd van de scheepvaartinspectie daartoe heeft geraden, dan worden aan dit deel van het onderzoek in de uitspraak afzonderlijke overwegingen gewijd.
4. Een gewaarmerkt afschrift van de uitspraak wordt zoo spoedig mogelijk aan Onzen Minister en aan het hoofd van de scheepvaartinspectie toegezonden.
5. De uitspraken worden op door Ons te bepalen wijze openbaar gemaakt.
6. Indien de uitspraak van een Commissie als bedoeld in artikel 26bisdoet vermoeden, dat zich een der gevallen, bedoeld in artikel 34, eerste liden artikel 48, eerste en tweede lid, voordoet en zich geen geval voordoet, waarin de Raad voor de Scheepvaart de zaak heeft terugverwezen naar de betrokken Commissie, handelt het hoofd van de scheepvaartinspectie als in artikel 29is aangegeven voor een schip, niet varende met een zeebrief van Aruba, Curaçao of Sint Maarten.