BWBR0001876
Geldig vanaf 1909-09-27
Artikel 26bis
Schepenwet
1. In Curaçao wordt ingesteld een Commissie van Onderzoek, gevestigd te Willemstad en benoemd bij landsbesluit van Curaçao.
2. In Aruba wordt ingesteld een Commissie van Onderzoek, gevestigd te Oranjestad en benoemd bij landsbesluit van Aruba.
3. In Sint Maarten wordt ingesteld een Commissie van Onderzoek, gevestigd te Philipsburg en benoemd bij landsbesluit van Sint Maarten.
4. Samenstelling en werkwijze van de Commissies, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, worden bij Landsverordening vastgesteld.
5. De Commissies van Onderzoek, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, hebben ten aanzien van schepen, varende met een zeebrief van Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten, overeenkomstige bevoegdheden en overeenkomstige taken als bij deze wet aan de Raad voor de Scheepvaart zijn toegekend, met uitzondering evenwel van de bevoegdheid tot het uitspreken van een berisping of het ontnemen van de bevoegdheid om als kapitein, stuurman, machinist, radiotelegrafist of radiotelefonist op te treden.
6. Voorzover het betreft schepen, varende met een zeebrief van Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten, is het bepaalde bij de artikelen 24, 25, 26 eerste en tweede lid, 32 eerste liden 64van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de Commissies van Onderzoek, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid.
2. In Aruba wordt ingesteld een Commissie van Onderzoek, gevestigd te Oranjestad en benoemd bij landsbesluit van Aruba.
3. In Sint Maarten wordt ingesteld een Commissie van Onderzoek, gevestigd te Philipsburg en benoemd bij landsbesluit van Sint Maarten.
4. Samenstelling en werkwijze van de Commissies, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, worden bij Landsverordening vastgesteld.
5. De Commissies van Onderzoek, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, hebben ten aanzien van schepen, varende met een zeebrief van Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten, overeenkomstige bevoegdheden en overeenkomstige taken als bij deze wet aan de Raad voor de Scheepvaart zijn toegekend, met uitzondering evenwel van de bevoegdheid tot het uitspreken van een berisping of het ontnemen van de bevoegdheid om als kapitein, stuurman, machinist, radiotelegrafist of radiotelefonist op te treden.
6. Voorzover het betreft schepen, varende met een zeebrief van Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten, is het bepaalde bij de artikelen 24, 25, 26 eerste en tweede lid, 32 eerste liden 64van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de Commissies van Onderzoek, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid.