BWBR0001876
Geldig vanaf 1909-09-27
Artikel 28
Schepenwet
1. De commissarissen der loodsen en de havenmeesters van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, zenden onverwijld aan het hoofd van de scheepvaartinspectie, onderscheidenlijk aan het districtshoofd in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, afschriften van de door hen over scheepsrampen opgemaakte processen-verbaal, die mede door de door hen gehoorde personen, ieder voor zooveel zijne eigene verklaring betreft, worden onderteekend.
2. De notarissen en de autoriteiten, voor wie scheepsverklaringen als bedoeld in het tweede lid van artikel 353 van het Wetboek van Koophandelof een overeenkomstige regeling in Aruba, Curaçao of Sint Maarten dan wel in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba zijn afgelegd, zenden onverwijld afschriften van deze stukken aan het hoofd van de scheepvaartinspectie. Betreft het een schip, varende met een zeebrief van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, dan worden de stukken aan de Scheepvaartinspectie in het betreffende land gezonden.
3. De Nederlandsche consulaire ambtenaren maken van elke in hun ambtsgebied aan een schip, als bedoeld in artikel 2, overkomen ramp een proces-verbaal op en zenden dit, nadat het ook door de door hen gehoorde personen onderteekend is en wel door ieder voor zooveel zijne eigene verklaring betreft, onverwijld aan het hoofd van de scheepvaartinspectie.
4. De personen, die ingevolge het bepaalde bij het eerste en derde lid van dit artikel worden uitgenoodigd tot het geven van inlichtingen en tot het onderteekenen van het proces-verbaal, zijn verplicht aan die uitnoodiging gevolg te geven.
5. Indien de in het vorige lid bedoelde personen òf weigeren, òf nalaten, òf niet bij machte zijn het proces-verbaal te onderteekenen, wordt daarvan, onder vermelding der reden, in het proces-verbaal melding gemaakt.
2. De notarissen en de autoriteiten, voor wie scheepsverklaringen als bedoeld in het tweede lid van artikel 353 van het Wetboek van Koophandelof een overeenkomstige regeling in Aruba, Curaçao of Sint Maarten dan wel in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba zijn afgelegd, zenden onverwijld afschriften van deze stukken aan het hoofd van de scheepvaartinspectie. Betreft het een schip, varende met een zeebrief van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, dan worden de stukken aan de Scheepvaartinspectie in het betreffende land gezonden.
3. De Nederlandsche consulaire ambtenaren maken van elke in hun ambtsgebied aan een schip, als bedoeld in artikel 2, overkomen ramp een proces-verbaal op en zenden dit, nadat het ook door de door hen gehoorde personen onderteekend is en wel door ieder voor zooveel zijne eigene verklaring betreft, onverwijld aan het hoofd van de scheepvaartinspectie.
4. De personen, die ingevolge het bepaalde bij het eerste en derde lid van dit artikel worden uitgenoodigd tot het geven van inlichtingen en tot het onderteekenen van het proces-verbaal, zijn verplicht aan die uitnoodiging gevolg te geven.
5. Indien de in het vorige lid bedoelde personen òf weigeren, òf nalaten, òf niet bij machte zijn het proces-verbaal te onderteekenen, wordt daarvan, onder vermelding der reden, in het proces-verbaal melding gemaakt.