BWBR0001841
Geldig vanaf 1850-09-02
Artikel 3
Wet op de Parlementaire Enquête
1. Vanaf het tijdstip van de eerste bekendmaking zijn alle Nederlanders, alle ingezetenen en andere binnen het grondgebied van het Rijk verblijfhoudende personen, benevens alle binnen het grondgebied van het Rijk gevestigde rechtspersonen verplicht te voldoen aan de vordering van de commissie tot het verschaffen van inzage in, het nemen van afschrift van of het anderszins laten kennisnemen van alle bescheiden waarover zij beschikken en waarvan naar het redelijk oordeel van de commissie inzage, afschrift of kennisneming anderszins voor de vervulling van haar taak nodig is.
2. De in het eerste lid genoemde personen zijn voorts vanaf het tijdstip van de eerste bekendmaking verplicht te voldoen aan een oproeping door de commissie uitgevaardigd om als getuige of deskundige te worden verhoord.
3. Alle ambtenaren zijn vanaf het tijdstip van de eerste bekendmaking gehouden om, in overeenstemming met de bepalingen van deze wet, gevolg te geven aan de vorderingen van de commissie die deze tot uitvoering van haar taak nodig oordeelt.
2. De in het eerste lid genoemde personen zijn voorts vanaf het tijdstip van de eerste bekendmaking verplicht te voldoen aan een oproeping door de commissie uitgevaardigd om als getuige of deskundige te worden verhoord.
3. Alle ambtenaren zijn vanaf het tijdstip van de eerste bekendmaking gehouden om, in overeenstemming met de bepalingen van deze wet, gevolg te geven aan de vorderingen van de commissie die deze tot uitvoering van haar taak nodig oordeelt.