BWBR0001841
Geldig vanaf 1850-09-02
Artikel 29a
Wet op de Parlementaire Enquête
1. Na de beëindiging van het onderzoek van een door haar ingestelde commissie besluit de Kamer of de verenigde vergadering, dat de processen-verbaal en de overige bescheiden van het onderzoek worden vernietigd, dan wel gedurende een door haar te bepalen periode worden bewaard in het archief van de Kamer of in het Rijksarchief.
2. Bescheiden en aantekeningen, die ingevolge een besluit van de commissie, genomen krachtens de haar bij artikel 18aen 18 bvan deze wet verleende bevoegdheid, geheim dienen te worden gehouden, maken geen deel uit van dit archief.
3. De commissie bepaalt waar de in het tweede lid bedoelde bescheiden worden bewaard en gedurende welke periode zij geheim zullen zijn.
2. Bescheiden en aantekeningen, die ingevolge een besluit van de commissie, genomen krachtens de haar bij artikel 18aen 18 bvan deze wet verleende bevoegdheid, geheim dienen te worden gehouden, maken geen deel uit van dit archief.
3. De commissie bepaalt waar de in het tweede lid bedoelde bescheiden worden bewaard en gedurende welke periode zij geheim zullen zijn.