ECLI:NL:RBGRO:2011:BU8666
Gezien voornoemde jurisprudentie van het HvJ moet het er naar de mening van verweerder voor worden gehouden dat artikel 24, eerste lid, aanhef en onder d, van de Loodsenwet, in samenhang gezien met artikel 2, tweede en vierde lid, van de Verordening...