BWBV0005765
Geldig vanaf 27-03-1951
Artikel 18
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake onderling strijdige aanspraken op buiten Duitsland gelegen Duitse bezittingen
A. Geen der Verdragsluitende Regeringen, welke op grond van dit Verdrag verplicht is vermogensbestanddelen vrij te geven, zal gehouden zijn liquidatiemaatregelen in de vorm van verkoop, aflossing of anderszins, welke hebben plaats gevonden vóór de datum van tekening van het Verdrag ongedaan te maken. Voor de toepassing van dit Verdrag zullen naasting, onderbeheerstelling of verbeurdverklaring niet als liquidatie worden beschouwd.
B. Indien op grondgebied binnen de jurisdictie van een der Verdragsluitende Regeringen liquidatie als Duitse bezitting in den vreemde zal hebben plaats gevonden van een vermogensbestanddeel, waarvan later het niet vijandelijk karakter op de voet van de bepalingen van dit Verdrag wordt vastgesteld, zal de netto-liquidatieopbrengst van dit vermogensbestanddeel aan de rechtmatige eiser worden teruggegeven in de valuta van het liquiderende land, zulks in overeenstemming met de wetgeving van dat land en met bestaande of toekomstige monetaire overeenkomsten tussen de Verdragsluitende Regeringen.
C. Het verzoek tot terugbetaling dient binnen een jaar, te rekenen van de datum waarop dit Verdrag in werking treedt, te worden ingediend.
D. Geen der Verdragsluitende Regeringen zal verplicht zijn op grond van de bepalingen van dit Verdrag vermogensbestanddelen vrij te geven, waarop volgens haar eigen wetgeving een geldig verband of pandrecht rust, tenzij of voordat aan de rechten uit het verband of pandrecht is voldaan.
B. Indien op grondgebied binnen de jurisdictie van een der Verdragsluitende Regeringen liquidatie als Duitse bezitting in den vreemde zal hebben plaats gevonden van een vermogensbestanddeel, waarvan later het niet vijandelijk karakter op de voet van de bepalingen van dit Verdrag wordt vastgesteld, zal de netto-liquidatieopbrengst van dit vermogensbestanddeel aan de rechtmatige eiser worden teruggegeven in de valuta van het liquiderende land, zulks in overeenstemming met de wetgeving van dat land en met bestaande of toekomstige monetaire overeenkomsten tussen de Verdragsluitende Regeringen.
C. Het verzoek tot terugbetaling dient binnen een jaar, te rekenen van de datum waarop dit Verdrag in werking treedt, te worden ingediend.
D. Geen der Verdragsluitende Regeringen zal verplicht zijn op grond van de bepalingen van dit Verdrag vermogensbestanddelen vrij te geven, waarop volgens haar eigen wetgeving een geldig verband of pandrecht rust, tenzij of voordat aan de rechten uit het verband of pandrecht is voldaan.
- Citeren als
- Art. 18
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0005765
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl