BWBV0004644
Geldig vanaf 05-08-1998
Artikel VI
Protocol bij het Verdrag van 1979 betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand inzake de verdergaande vermindering van zwavelemissies
17. De maatregelen die worden genomen ter uitvoering van nationale strategieën en beleidsplannen voor vermindering van de luchtverontreiniging omvatten: wet- en regelgeving, positieve en negatieve economische prikkels, alsook technologische eisen (beste beschikbare technologie).
18. In het algemeen worden per emissiebron normen vastgesteld, afhankelijk van de omvang van de installatie, de wijze waarop deze functioneert, de verbrandingstechnologie, het brandstoftype en het feit of het een nieuwe, dan wel een bestaande installatie betreft. Een alternatieve methode bestaat erin een doelstelling voor vermindering van de totale zwavelemissies van een groep bronnen aan te geven en de keuze van de daartoe te nemen maatregelen vrij te laten („bubble concept”).
19. Om toezicht te houden op de inspanningen die worden gedaan om de zwavelemissies tot de in het kader van nationale wetgeving vastgelegde niveaus te beperken, moet een systeem voor permanente monitoring en rapportage aan de toezichthoudende instanties worden opgezet.
20. Verschillende bewakingssystemen, waarbij zowel continue als incidentele metingen worden uitgevoerd, zijn beschikbaar. De kwaliteitseisen lopen echter uiteen. De metingen moeten worden uitgevoerd door gekwalificeerde instellingen met gebruikmaking van welomschreven meet- en monitoringsystemen. Hiertoe kan een stelsel van certificering de beste garantie bieden.
21. Bij moderne geautomatiseerde monitoringsystemen en procesbeheersingsapparatuur levert rapportage geen problemen op. Het verzamelen van gegevens heeft zich tot een geavanceerde techniek ontwikkeld; de aan de bevoegde instanties te melden gegevens verschillen echter per geval. Voor een betere vergelijkbaarheid moeten de gegevensreeksen en de desbetreffende regelgeving worden geharmoniseerd. Harmonisatie is ook wenselijk voor de kwaliteitsverzekering van meet- en monitoringsystemen. Bij het vergelijken van gegevens dient hiermee rekening te worden gehouden.
22. Om discrepanties en tegenstrijdigheden te voorkomen moet een aantal kernelementen en parameters, waaronder de volgende, duidelijk worden omschreven:
a. Normwaarden uitgedrukt in ppmv, mg/Nm3, g/GJ, kg/uur of kg/ton produkt. De meeste van deze eenheden moeten worden berekend en worden gespecificeerd voor een bepaalde gastemperatuur, vochtigheidsgraad, druk, zuurstofgehalte of thermische belasting;
b. De periode waarover de normen dienen te worden gemiddeld, uitgedrukt in uren, maanden of jaren;
c. Storingsperioden en de bij storing geldende noodmaatregelen met betrekking tot het overbruggen van de monitoringsystemen of het stilleggen van de installatie;
d. Methodes voor het achteraf bepalen van door een defect aan de apparatuur gemiste of verloren gegane gegevens;
e. De te meten reeks parameters. De informatie die vereist is kan variëren afhankelijk van de aard van het industriële proces. Ook de locatie van het meetpunt binnen het systeem moet worden bepaald.
23. Er moet voor kwaliteitszorg van de metingen worden gezorgd.
18. In het algemeen worden per emissiebron normen vastgesteld, afhankelijk van de omvang van de installatie, de wijze waarop deze functioneert, de verbrandingstechnologie, het brandstoftype en het feit of het een nieuwe, dan wel een bestaande installatie betreft. Een alternatieve methode bestaat erin een doelstelling voor vermindering van de totale zwavelemissies van een groep bronnen aan te geven en de keuze van de daartoe te nemen maatregelen vrij te laten („bubble concept”).
19. Om toezicht te houden op de inspanningen die worden gedaan om de zwavelemissies tot de in het kader van nationale wetgeving vastgelegde niveaus te beperken, moet een systeem voor permanente monitoring en rapportage aan de toezichthoudende instanties worden opgezet.
20. Verschillende bewakingssystemen, waarbij zowel continue als incidentele metingen worden uitgevoerd, zijn beschikbaar. De kwaliteitseisen lopen echter uiteen. De metingen moeten worden uitgevoerd door gekwalificeerde instellingen met gebruikmaking van welomschreven meet- en monitoringsystemen. Hiertoe kan een stelsel van certificering de beste garantie bieden.
21. Bij moderne geautomatiseerde monitoringsystemen en procesbeheersingsapparatuur levert rapportage geen problemen op. Het verzamelen van gegevens heeft zich tot een geavanceerde techniek ontwikkeld; de aan de bevoegde instanties te melden gegevens verschillen echter per geval. Voor een betere vergelijkbaarheid moeten de gegevensreeksen en de desbetreffende regelgeving worden geharmoniseerd. Harmonisatie is ook wenselijk voor de kwaliteitsverzekering van meet- en monitoringsystemen. Bij het vergelijken van gegevens dient hiermee rekening te worden gehouden.
22. Om discrepanties en tegenstrijdigheden te voorkomen moet een aantal kernelementen en parameters, waaronder de volgende, duidelijk worden omschreven:
a. Normwaarden uitgedrukt in ppmv, mg/Nm3, g/GJ, kg/uur of kg/ton produkt. De meeste van deze eenheden moeten worden berekend en worden gespecificeerd voor een bepaalde gastemperatuur, vochtigheidsgraad, druk, zuurstofgehalte of thermische belasting;
b. De periode waarover de normen dienen te worden gemiddeld, uitgedrukt in uren, maanden of jaren;
c. Storingsperioden en de bij storing geldende noodmaatregelen met betrekking tot het overbruggen van de monitoringsystemen of het stilleggen van de installatie;
d. Methodes voor het achteraf bepalen van door een defect aan de apparatuur gemiste of verloren gegane gegevens;
e. De te meten reeks parameters. De informatie die vereist is kan variëren afhankelijk van de aard van het industriële proces. Ook de locatie van het meetpunt binnen het systeem moet worden bepaald.
23. Er moet voor kwaliteitszorg van de metingen worden gezorgd.
- Citeren als
- Art. VI
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0004644
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl