BWBV0004644
Geldig vanaf 05-08-1998
Artikel V
Protocol bij het Verdrag van 1979 betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand inzake de verdergaande vermindering van zwavelemissies
14. Naarmate in de landen binnen het ECE-gebied de inspanningen worden opgevoerd om de zwavelemissies uit stationaire bronnen te verminderen, zullen ook de hoeveelheden bijprodukten toenemen.
15. Er moet worden gekozen voor methodes waarbij bruikbare bijprodukten ontstaan, en zoveel mogelijk voor methodes die een verhoogd thermisch rendement opleveren en waardoor het afvalverwijderingsprobleem tot een minimum wordt teruggebracht. Hoewel de meeste bijprodukten bruikbare of recycleerbare produkten zijn zoals gips, ammoniumzouten, zwavelzuur en zwavel, dient rekening te worden gehouden met factoren zoals marktomstandigheden en kwaliteitsnormen. Het gebruik van FBC- en SDA-bijprodukten moet worden verbeterd en tevens moet onderzoek worden gedaan naar verdere gebruiksmogelijkheden, aangezien in verschillende landen de beschikbaarheid van stortplaatsen en de geldende verwijderingscriteria een beperkende factor vormen voor de verwijdering van deze produkten.
16. De volgende neveneffecten vormen weliswaar geen beletsel voor de toepassing van een bepaalde technologie of methode, maar moeten wel degelijk in de overweging worden betrokken wanneer uit verschillende mogelijkheden voor vermindering van de zwavelemissies kan worden gekozen:
a. Het energiebeslag van de gasbehandelingsprocessen;
b. Corrosie door de vorming van zwavelzuur als gevolg van de reactie van zwaveloxiden met waterdamp;
c. Hoger waterverbruik en de noodzaak meer afvalwater te behandelen;
d. De eisen inzake reagentia;
e. Verwijdering van vast afval.
15. Er moet worden gekozen voor methodes waarbij bruikbare bijprodukten ontstaan, en zoveel mogelijk voor methodes die een verhoogd thermisch rendement opleveren en waardoor het afvalverwijderingsprobleem tot een minimum wordt teruggebracht. Hoewel de meeste bijprodukten bruikbare of recycleerbare produkten zijn zoals gips, ammoniumzouten, zwavelzuur en zwavel, dient rekening te worden gehouden met factoren zoals marktomstandigheden en kwaliteitsnormen. Het gebruik van FBC- en SDA-bijprodukten moet worden verbeterd en tevens moet onderzoek worden gedaan naar verdere gebruiksmogelijkheden, aangezien in verschillende landen de beschikbaarheid van stortplaatsen en de geldende verwijderingscriteria een beperkende factor vormen voor de verwijdering van deze produkten.
16. De volgende neveneffecten vormen weliswaar geen beletsel voor de toepassing van een bepaalde technologie of methode, maar moeten wel degelijk in de overweging worden betrokken wanneer uit verschillende mogelijkheden voor vermindering van de zwavelemissies kan worden gekozen:
a. Het energiebeslag van de gasbehandelingsprocessen;
b. Corrosie door de vorming van zwavelzuur als gevolg van de reactie van zwaveloxiden met waterdamp;
c. Hoger waterverbruik en de noodzaak meer afvalwater te behandelen;
d. De eisen inzake reagentia;
e. Verwijdering van vast afval.
- Citeren als
- Art. V
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0004644
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl