BWBV0004644
Geldig vanaf 05-08-1998
Artikel II
Protocol bij het Verdrag van 1979 betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand inzake de verdergaande vermindering van zwavelemissies
7. Verbranding van fossiele brandstoffen is de belangrijkste bron van antropogene zwavelemissies uit stationaire bronnen. Daarnaast kunnen enkele processen waarbij geen verbranding optreedt, aanzienlijk tot de emissies bijdragen. De belangrijkste categorieën stationaire bronnen, op basis van EMEP/CORINAIR’90, omvatten:
i) Openbare elektriciteitscentrales, warmte/krachtkoppeling en stads/blokverwarming: a. stoomketels;
b. stationaire verbrandingsturbines en inwendige-verbrandingsmotoren;
a. stoomketels;
b. stationaire verbrandingsturbines en inwendige-verbrandingsmotoren;
ii) Verbrandingsinstallaties ten behoeve van winkel-, kantoor- en woonruimten: a. bedrijfsketels;
b. verwarmingsinstallaties in woningen;
a. bedrijfsketels;
b. verwarmingsinstallaties in woningen;
iii) Industriële verbrandingsinstallaties en processen waarbij verbranding optreedt: a. stoomketels en procesfornuizen;
b. processen, b.v. metallurgische bewerkingen zoals roosten en sinteren, cokesovens, verwerking van titaandioxide (TiO2), enz;
c. pulpproduktie;
a. stoomketels en procesfornuizen;
b. processen, b.v. metallurgische bewerkingen zoals roosten en sinteren, cokesovens, verwerking van titaandioxide (TiO2), enz;
c. pulpproduktie;
iv) Processen waarbij geen verbranding optreedt, b.v. produktie van zwavelzuur, specifieke organische syntheseprocessen, behandeling van metalen oppervlakken;
v) Winning, be/verwerking en distributie van fossiele brandstoffen;
vi) Afvalbehandeling en -verwijdering, b.v. thermische behandeling van stedelijk en industrieel afval.
8. Uit de gegevens (1990) voor het ECE-gebied als geheel blijkt dat circa 88% van de totale zwavelemissies afkomstig is van de diverse verbrandingsprocessen (20% van industriële verbrandingsprocessen), 5% van produktieprocessen en 7% van olieraffinaderijen. De elektriciteitsproduktie is in veel landen de belangrijkste afzonderlijke veroorzaker van zwavelemissies. In sommige landen draagt de industriële sector (inclusief raffinaderijen) eveneens in sterke mate bij aan de SO2-uitstoot. Hoewel de emissies van raffinaderijen in het ECE-gebied betrekkelijk gering zijn, hebben zij een grote invloed op de zwavelemissies uit andere bronnen door de in de olieprodukten aanwezige zwavel. Normaal blijft 60% van de hoeveelheid zwavel in de ruwe olie achter in de geraffineerde produkten, wordt 60% teruggewonnen als zuivere zwavel en ontsnapt 10% via de schoorsteen.
i) Openbare elektriciteitscentrales, warmte/krachtkoppeling en stads/blokverwarming: a. stoomketels;
b. stationaire verbrandingsturbines en inwendige-verbrandingsmotoren;
a. stoomketels;
b. stationaire verbrandingsturbines en inwendige-verbrandingsmotoren;
ii) Verbrandingsinstallaties ten behoeve van winkel-, kantoor- en woonruimten: a. bedrijfsketels;
b. verwarmingsinstallaties in woningen;
a. bedrijfsketels;
b. verwarmingsinstallaties in woningen;
iii) Industriële verbrandingsinstallaties en processen waarbij verbranding optreedt: a. stoomketels en procesfornuizen;
b. processen, b.v. metallurgische bewerkingen zoals roosten en sinteren, cokesovens, verwerking van titaandioxide (TiO2), enz;
c. pulpproduktie;
a. stoomketels en procesfornuizen;
b. processen, b.v. metallurgische bewerkingen zoals roosten en sinteren, cokesovens, verwerking van titaandioxide (TiO2), enz;
c. pulpproduktie;
iv) Processen waarbij geen verbranding optreedt, b.v. produktie van zwavelzuur, specifieke organische syntheseprocessen, behandeling van metalen oppervlakken;
v) Winning, be/verwerking en distributie van fossiele brandstoffen;
vi) Afvalbehandeling en -verwijdering, b.v. thermische behandeling van stedelijk en industrieel afval.
8. Uit de gegevens (1990) voor het ECE-gebied als geheel blijkt dat circa 88% van de totale zwavelemissies afkomstig is van de diverse verbrandingsprocessen (20% van industriële verbrandingsprocessen), 5% van produktieprocessen en 7% van olieraffinaderijen. De elektriciteitsproduktie is in veel landen de belangrijkste afzonderlijke veroorzaker van zwavelemissies. In sommige landen draagt de industriële sector (inclusief raffinaderijen) eveneens in sterke mate bij aan de SO2-uitstoot. Hoewel de emissies van raffinaderijen in het ECE-gebied betrekkelijk gering zijn, hebben zij een grote invloed op de zwavelemissies uit andere bronnen door de in de olieprodukten aanwezige zwavel. Normaal blijft 60% van de hoeveelheid zwavel in de ruwe olie achter in de geraffineerde produkten, wordt 60% teruggewonnen als zuivere zwavel en ontsnapt 10% via de schoorsteen.
- Citeren als
- Art. II
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0004644
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl